Bram Moszkowicz viert nu al dat hij volgend jaar 25 jaar in het vak zit
Voor advocaten gaat het belang van hun cliënt boven alles. Of hij of zij het tenlastegelegde feit gepleegd heeft, is minder belangrijk dan of dat bewezen kan worden. Zo niet, dan gaat ook de dader vrijuit. Zo zit het rechtssysteem nu eenmaal in elkaar. Mits de advocaat bij de verdediging voldoende distantie bewaart – en zich dus niet volledig identificeert met zijn verdachte - is daar niets mis mee.
Stijn Franken, de advocaat van Willem Holleeder in het hoger beroep over de afpersingszaken, beheerst zijn vak goed. In zijn urenlange pleidooi probeerde hij vorige maand voortdurend twijfel te zaaien over de rol van zijn cliënt. De verdediging hoeft geen bewijs aan te dragen, stelde Franken, maar moet slechts aannemelijk maken dat een alternatief ‘denkbaar’ is.
Pleidooi
Dat alternatief is er volgens Franken in de persoon van Johnny Mieremet. Niet Holleeder zat achter de afpersing van Willem Endstra, maar de in 2005 vermoorde Mieremet. En ook het bewijs in de zaken Houtman en Friedländer deugt volgens Franken niet.
Omdat ik niet het hele pleidooi van Franken kon bijwonen, heb ik zijn honderden pagina’s tellende aantekeningen de afgelopen dagen nog eens rustig gelezen. Terecht constateert hij dat er in het Kolbak-onderzoek veel is misgegaan. Geregeld wijken de processen-verbaal af van de oorspronkelijke gespreksopnamen. Er is niet altijd gezocht naar steunbewijs waar dat wel mogelijk was. Ontlastend bewijs is zelfs weggelaten.
Zijn pleidooi lijkt overtuigend, maar is erg selectief. Wie het dossier goed kent en het requisitoir van de advocaten-generaal heeft bijgewoond, ziet de gaten in het verhaal. Soms zit Franken er zelfs volledig naast en is hij op zijn beurt ronduit suggestief.
Holleeder
Willem Holleeder staat niet terecht voor levensdelicten, constateert Franken. ‘Feit is bovendien dat Willem Holleeder niet wordt vervolgd voor betrokkenheid bij enig levensdelict: niet voor de (gewelddadige) dood van Endstra, Houtman, Van der Bijl, Zeegers of Petersen en evenmin voor enig andere liquidatie. Dus ook niet voor de liquidatie van Miranovic, waarvoor hij in februari 2008 een dag vast heeft gezeten. Bij die stand van zaken behoren de professionele deelnemers aan dit strafproces iedere suggestie achterwege te laten dat Willem Holleeder bij enig levensdelict is betrokken. Dat is een kwestie van strafvorderlijk fatsoen.’
Natuurlijk weet Franken dat zijn cliënt straks aan de beurt komt als mogelijke opdrachtgever van diverse liquidaties. In de zaak-Miranovic geldt hij volgens het Openbaar Ministerie bovendien nog steeds als verdachte zolang er geen kennisgeving verdere vervolging is uitgegaan. Hoezo suggestief?
Onbetrouwbaar
Franken schetst een inktzwart beeld van Endstra als onbetrouwbaar en crimineel. Holleeders eerste advocaat, Bram Moszkowicz, had Endstra nooit zo kunnen en mogen aanpakken zonder in de problemen te komen. Zoals bekend was Moszkowicz tot diens dood in 2004 ook advocaat van Endstra en trok hij zich pas in februari 2007 terug na zware kritiek op zijn dubbelrol. Des te verbazender dat Moszkowicz – die nu al viert dat hij volgend jaar zomer 25 jaar advocaat is - bij Pauw en Witteman met droge ogen beweerde dat hij het zo weer zou doen.
In Franken heeft Holleeder een uitstekende pleitbezorger die zijn huiswerk heeft gedaan. Maar het lijkt mij onvoldoende om zijn cliënt op vrije voeten te krijgen. Bovendien mag Holleeder zich dan voegen in het lopende Passage-onderzoek over de liquidatie van onder anderen Kees Houtman en Thomas van der Bijl.
Detentie
In een eerdere weblog over die zaak verweet ik Sander Janssen, de advocaat van Jesse Remmers, dat hij zijn huiswerk niet had gedaan met zijn verzet tegen de detentie in en uitlevering van zijn cliënt door Marokko.
Janssen gaf mij daarna zijn pleitnotitie van 10 februari 2008 en repliek van 19 februari 2009. Zo’n zestig pagina’s vol (Europese) jurisprudentie. Ik beken: soms moet een journalist zijn huiswerk beter doen! Het is inderdaad een doortimmerd verhaal. Maar dat is iets anders dan de waarheid. De rechter heeft gelukkig het laatste woord.