door
Sturm und Drang
21 sep 2009
Tv-debat voorafgaand aan Duitse verkiezingen
Het is weer zover: de voor Nederland belangrijkste verkiezingen staan voor de deur.
Aanstaande zondag heeft Duitsland zijn parlementsverkiezingen. En aangezien de Nederlandse economie drijft op handel met het buitenland, en Duitsland verreweg de grootste handelspartner is, is wat er in Berlijn gebeurt natuurlijk veel relevanter dan het geneuzel in de Haagse kaasstolp.
Saneren
Daarom is het bijna vermakelijk als de PvdA stelt dat we beter het afbetalen van onze gigantische staatsschuld nog even kunnen uitstellen, (en dus miljarden extra aan rente moeten betalen) omdat dit de dit de groei van onze economie zou kunnen dempen.
Wensdenken natuurlijk: hard saneren graag en dan wachten tot de wereldeconomie weer aantrekt, dat is alles wat we kunnen doen. Het is afwachten, onder meer op wat Duitsland zondag kiest.
Kiesdrempel
Het Duitse partijlandschap is met het Nederlandse te vergelijken, maar de verkiezingen steken op twee punten beter in elkaar: de Duitse kiesdrempel ligt op 5 procent van het aantal stemmen, tegenover de kiesdeler (65.000 stemmen, minder dan 1 procent) in Nederland.
Als gevolg daarvan heeft de Bundestag niet zo’n last van splinterpartijen zoals de Tweede Kamer. Een kiesdrempel van 5 procent zou voor ons bij de kamerverkiezingen van 2006 een minimum van een half miljoen stemmen hebben betekend, iets dat neerkomt op 7,5 zetels.
Zondagsrust
Zeg dan maar dag met je handje tegen GroenLinks, de Partij voor de Dieren en zeker gristelijke partijen, die nu zelfs minderheidsregeringen aan de macht kunnen helpen, bovenmatige macht kunnen uitoefenen en ethische principes gebaseerd op millenia-oude sprookjes van woestijnbaarden aan een moderne samenleving kunnen opleggen.
Maakt niet uit dat de meeste Nederlanders op zondag naar de supermarkt willen kunnen gaan (want doordeweeks werk je en zaterdag loopt de hele buurt daar), zondagsrust is heilig want had een imaginair wezen duizenden jaren terug al niet gezegd dat de Sabbath (= zaterdag) heilig was en luisterde zijn imaginaire zoon daar ook al niet naar?
Geen kans
In Duitsland hebben zulke partijtjes geen kans, en dus stemmen mensen op serieuze partijen – of Die Linke. De peilingen laten wel zien dat ze dat precies zo doen, dat rechterpartijen als de CDU/CSU en de FDP waarschijnlijk 48-49 procent van de zetels halen, en de SDP, Grünen en die Linke ook.
Een werkbare meerderheid heeft maar een kleine kans, omdat zo’n beetje alle partijen elkaar op voorhand hebben uitgesloten. FDP gaat zeker niet in de regering met SDP en de Grünen (stoplicht), de Grünen willen weer niet met de CDU en FDP en sowieso wil niemand met de ex-communisten van Die Linke (dat wordt ook wel de Ypsilanti-val genoemd), en dat laatste is maar goed ook voor ons.
Genegeerd
Het tweede punt dat in Duitsland beter in elkaar steekt is dat iedereen twee stemmen krijgt. Eén op de landelijke partij en één op een kandidaat uit het district, als compromis tussen het districtenstelsel en het stelsel van evenredige vertegenwoordiging. Het probleem met het districtenstelsel is namelijk dat in een district de winnaar het hele district krijgt, en dat de minderheidsstem dus wordt genegeerd.
In het meest extreme geval heb je dan een staat als California (40 miljoen inwoners), dat in de laatste twee decennia voor iedere presidentsverkiezingen democratisch heeft gestemd, en waar het uiteindelijk niet zoveel uitmaakt of je nu gaat stemmen of niet. Vandaar dat de opkomst-percentages vaak rond de 50 procent lagen en in landen met een districten-stelsel sowieso lager zijn. Het probleem van Engeland: niet iedere stem telt.
Vriendjespolitiek
Evenredige vertegenwoordiging is een veel beter systeem, maar heeft het probleem dat de partijlijsten door de partijtop in elkaar worden gedraaid. En dat creëert een compleet nieuwe dynamiek van vriendjespolitiek en het bevoordelen van waterdragers: wie de kont van de partijleider de afgelopen 4 jaar het beste heeft schoongelikt wordt beloond met een extra hoge plek op de lijst.
Daarmee creëer je een systeem dat zwakke, kruiperige politici stelselmatig bevoordeelt boven sterke politici die wel eens af durven te wijken van de partijlijn; het probleem van Nederland.
Dit was een paar jaar terug aanleiding voor een discussietje over een nieuw stelsel, waarbij sommige simpelen van geest voorstelden om terug te gaan naar een districtenstelsel, maar in Duitsland wordt al jaren een goed voorbeeld gegeven. De stemmen op de landelijke partij bepalen het aantal zetels in de kamer, en de kandidatenstemmen bepalen naar wie die zetels gaan.
Macht
Natuurlijk worden niet alle zetels ingevuld door districtskandidaten, en komen figuren die door de partijtop hoog op de landelijke lijst worden geplaatst uiteindelijk alsnog in de Bundestag, maar het is al stukken beter dan alle macht aan de partijtop geven. (Als persoonlijk behaalde stemmen belangrijker zouden worden gevonden, is het ook not done dat je zo’n uitslag als in 2006, waarbij Rita Verdonk op plaats 2 van de VVD-kieslijst meer stemmen behaalde dan Mark Rutte op plaats 1, gewoon negeert.)
Opvallend is in ieder geval dat er in Nederland zo weinig aandacht is voor de Duitse verkiezingen, maar het past wel in het Hilversumse navelstaren. Voor iedereen die beter weet en niet bang is voor een beetje Duits, klik hier.
Hou de sekt c.q. het witbier koud voor als de FDP en CDU samen die 50 porcent halen – goed voor de Duitse economie en dus voor Nederland.