door
Carla Joosten
7 okt 2010
Daniel van der Stoep en Emine Bozkurt
In het Europees Parlement wordt amper gedebatteerd. Leden leggen er verklaringen af en stellen vragen aan vertegenwoordigers van de Europese Commissie of van de lidstaten van de Europese Unie.
Parlementariërs kunnen ook een vraag aan elkaar stellen. Dat zijn de momenten dat er iets gebeurt. Zo ook woensdagavond. Aan de orde was de behandeling van het voorstel tot liberalisering van het visa-beleid voor Albanië en Bosnië-Herzegovina. Twee landen die zich voorbereiden op een toekomstig lidmaatschap van de Unie.
Nagenoeg alle woordvoerders spraken er hun vreugde over uit dat de Albanezen en Bosniërs binnenkort zonder duur visum naar de Europese Unie kunnen reizen. Er werd vooral op gewezen dat het goed is voor jongeren om rond te kijken in de Unie waar ze straks deel van uit maken. Die jongeren kunnen de visa nu vaak niet betalen.
Poorten open
Alleen het Vlaams Belang en de PVV reageerden afwijzend. ‘Europa moet pas op de plaats maken, we zien elke dag de ellende die het toelaten van Roemenië en Bulgarije tot de Europese Unie ons oplevert. Dan is het geen tijd om de poorten voor nog corruptere landen open te zetten,’ vond PVV-Europarlementariër Daniel van der Stoep.
Hij voegde er aan toe dat Albanië en Bosnië-Herzegovina eerst maar eens hun lidmaatschap of waarnemersstatus moeten opgeven van de Organisatie van de Islamitische Conferentie (OIC). Die organisatie vindt immers dat het concept van de mensenrechten op de sharia is gebaseerd. En dat is in strijd met alle pretenties van de Europese Unie, zei Van der Stoep.
Sharia
Een andere Nederlandse Europarlementariër, Emine Bozkurt (PvdA), zwaaide daarop naar de voorzitter. Ze wilde een vraag stellen aan haar PVV-collega en kreeg daartoe de gelegenheid. Hoe Van der Stoep er bij kwam dat de sharia ook maar van enige invloed was in Albanië en Bosnië.
Van der Stoep moest bekennen: hij wist niets van beide landen. Maar het feit dat ze zich niet distantiëren van de OIC spreekt volgens hem boekdelen.
Tot een echt debat kwam het niet, maar een kleine confrontatie is toch mooier dan dat sprekers tegen een muur staan te praten of met lichaamstaal hun afkeuring laten blijken, zoals in het Europees Parlement zo vaak gebeurt.