door
Robin van der Kloor
5 jun 2010
Zuid-Afrika maakt zich op voor het WK
In IJsselstein, nabij Utrecht, is een rotonde die ze, de gemeentebestuurders waarschijnlijk, nogal enthousiast het Nelson Mandelaplein hebben genoemd. Op één van de hoeken staat een pompstation, in het midden groeien in de lente bloemetjes. Ik kom er wel eens (er wonen vrienden van me) en telkens denk ik: zo’n groot man, zo’n klein plein, wat erg.
Dus toog ik vol goede moed, op mijn eerste dag in Johannesburg, naar het Nelson Mandela Square. Dat moet beter kunnen dan in IJssselstein, veronderstelde ik, dit zal het zijn.
Maar oef, wat een tegenvaller. Het plein is klein. Het Japanse Sony, één van de geldschieters van de wereldvoetbalbond FIFA, heeft er momenteel – met het oog op het WK Voetbal - bovendien twee grote tenten staan waarin de geneugten van de driedimensionale televisie worden getoond. Van dat sowieso al lullige pleintje is daardoor nog minder over.
Basketballer
Het metershoge beeld van Mandela dat er staat, is lelijk. Het hoofd lijkt nog wel, maar bij het lichaam is elke proportie zoek. Mandela lijkt wel op een uit de kluiten gewassen basketballer.
Terwijl ik aan dat plein op een terras (het is hier een prachtig ‘winterweertje’ met een stralende zon en 17 à 18 graden Celsius) een panini met tonijnsalade verorber, gaat er plots op het hoofd van Mandela een vogel zitten. Het zou een tropisch beest kunnen zijn, we zijn tenslotte in Afrika, maar ik hou het, van een afstand, op een gewone duif.
Rust
Het beestje poept niet eens, het zit daar maar. Het trekt zich niks aan van de medewerkster van de Zuid-Afrikaanse publieke omroep die pal voor het beeld van Mandela een ‘stand-upje’ heeft en daarin vertelt over al het mooie dat het WK haar land gaat brengen.
Evenmin kijk de vogel op van de Portugezen en de Argentijnen die in hun nationale shirts voorbijlopen en roepen dat ze gaan winnen. De veronderstelde duif straalt een rust uit die ik de rest van de dag niet kan vergeten.
Op een missie
Intussen zwoegt Axel Hauser maar door. Hij is de general manager van het Hilton Sandton, het hotel waar het Nederlands elftal vanaf aanstaande zondag gaat verblijven. Onze jongens zijn, in de woorden van Hauser, ‘op een missie’. Hij mag dan Duitser zijn en misschien wel stiekem fan van die Mannschaft, zijn gasten verdienen en krijgen het allerbeste.
Aan hem en zijn medewerkers, met andere woorden, zal het niet liggen, mocht Oranje geen wereldkampioen worden, vertelt hij tijdens een exclusief interview dat volgende week in Elsevier verschijnt.
Ik ontmoet deze dag ook Tjade Moezelaar. Deze geboren Zwollenaar, hij is nu 29, studeerde economie in Groningen en kwam zes jaar geleden naar Zuid-Afrika. Eerst ging hij naar Durban, waar hij zich voor een vrijwilligersorganisatie inzette om straatkinderen te helpen.
Yolanthe
Vier jaar geleden toog hij naar Johannesburg om te gaan werken voor ProServ South Africa. Namens dat door Nederlanders opgerichte bedrijf adviseert hij bedrijven en overheden, onder meer op het gebied van het verbeteren van de gastvrijheid.
Moezelaar loopt deze vrijdag in een shirt van het Nederlands elftal. Dat hoort, want sinds een aantal tv-presentatoren en later ook president Jacob Zuma, nu ongeveer een halfjaar geleden, op vrijdagen in een voetbalshirt verschenen, is er in Zuid-Afrika sprake van een heuse trend. En die heet Soccer Friday.
Kijk bijvoorbeeld in het luxe winkelcentrum Sandton City aan het Nelson Mandela Square, waar Yolanthe en de andere Oranje-vrouwen een prima tijd kunnen beleven. Het barst er van de felle kleuren. Het geel en groen van Bafana Bafana, het Zuid-Afrikaanse Elftal, overheerst. Trots en (ijdele) hoop kun je de Zuid-Afrikanen niet ontzeggen.
Door Ron Kosterman in Johannesburg