door
Philip Willems
24 jul 2010
De vier Nederlandse banken kwamen door de test. Maar wat zegt dat nu echt?
Hoezo, een geruststelling? De stresstest van de Europese banken toont aan, in tegenstelling tot wat politici willen doen geloven, hoe zwak het financiële stelsel in Europa in werkelijkheid is
Vrijdag werden de resultaten van de zogeheten Europese stresstests bekendgemaakt. Voor de economische stabiliteit belangrijk geachte banken in heel Europa werden onderworpen aan tests of ze een volgende economische crisis zonder kleerscheuren door kunnen komen.
Getest werd hoe de banken een economische krimp van 3 procent in 2010 en in 2011, plus een daling van de aandelenkoersen van 20 procent, zouden doorstaan. Banken bij wie het kernvermogen door de crisis onder de 6 procent (het minimum volgens internationale boekhoudnormen) zou dalen, zakten voor de test.
Hakken over de sloot
Bij de in Nederland geteste banken (ING, Rabobank, SNS Reaal en ABN AMRO) zijn geen grote problemen gevonden. Van de 91 geteste banken slaagden er zeven niet: een Duitse, een Griekse en vijf Spaanse. Van de geslaagde banken deden dat er negentien met de hakken over de sloot.
In heel Europa werd het rapport door politici vrijdagavond jubelend ontvangen, ook in Nederland. Demissionair staatssecretaris van Financiën Jan Kees de Jager (CDA) vertelde blij te zijn met het resultaat. Maar eigenlijk is het een best angstaanjagend resultaat. Als in totaal 26 van de 91 banken (bijna 30 procent dus) niet of met moeite de nagebootste crisis kunnen overleven, hoe kunnen ze dan bestand zijn tegen een ergere crisis?
Solide?
Zo’n scenario valt niet uit te sluiten, zo bewijst de recente geschiedenis. In 2009 kromp de Nederlandse economie met 4 procent. De AEX-hoofdindex van Euronext Amsterdam daalde van het najaar van 2008 tot dit voorjaar met 63 procent. Sindsdien zijn de koersen weer wat opgekrabbeld.
Ook werd in de stresstests geen rekening gehouden met het mogelijke rampscenario dat Griekenland, dat deze lente op de rand van een faillissement balanceerde, daadwerkelijk ten onder gaat.
Bovendien is het nog maar de vraag hoe solide het onderzoek is. De tests zijn uitgevoerd onder toezicht van de Europese toezichthouder Committee of European Banking Supervisors (CEBS), maar het meeste werk werd verzet door lokale toezichthouders als De Nederlandse Bank (DNB).
In het recente verleden (onder meer bij de nu failliete banken Icesave en de DSB Bank) is gebleken dat DNB liever niet openbaar maakt hoe ongezond een bank is, uit angst dat die bekendmaking de situatie alleen maar zou verergeren. Dat zal elders in Europa niet anders zijn: niemand gaat graag met de billen bloot.
Problemen
In de Verenigde Staten is, sinds de kredietcrisis in 2007 losbarstte, het financiële stelsel drastisch hervormd.
In Europa wordt op de crisis gereageerd met halfbakken stresstests die de gemoederen moeten sussen. Maar hoe meer politici en centrale bankiers bezweren dat er nog weinig problemen zijn in hun fictieve financiële wereld, des te groter die problemen in de echte wereld lijken te zijn.