door
Syp Wynia
9 sep 2010
Opzichtige politieke interventies van informateurs horen niet
Zowel Herman Tjeenk Willink als Ruud Lubbers overtrad als informateur de regels voor koninklijke bemoeienis bij kabinetsformaties. Opzichtige politieke interventies van informateurs horen niet
En weer ging een door de Koningin aangewezen informateur zijn boekje te buiten. Herman Tjeenk Willink was deze zomer al eens informateur en liet zijn verslag toen vergezeld gaan van een uitvoerige analyse van wat een volgend kabinet zoal moest doen en nalaten.
Bij die gelegenheid pleitte hij voor een kabinet zonder gekozen politieke leiders en liefst ook zonder andere gekozen leden uit de Tweede Kamer.
Zakenkabinet
Het door Tjeenk Willink gewenste kabinet zou het eigen regeerakkoord moeten schrijven.
Dat kabinet diende ook Kamermeerderheden te negeren als de Kamer zich naar het oordeel van Tjeenks zakenkabinet niet hield aan de door het kabinet zelf opgestelde hoofdlijnen van beleid.
Als naar het oordeel van dat kabinet het financiele beleid of de internationale positie van Nederland in het geding was, bijvoorbeeld.
Zorgwekkend
Dat was een behoorlijk brutale interventie van de informateur. En extra zorgwekkend, omdat die informateur in het dagelijks leven de hoogste benoemde functionaris van het hoogste college van Staat is en daarbij en als zodanig te naaste adviseur van de koningin.
Het was niet alleen kwalijk dat hij voorstelde de nog maar net gekozen volksvertegenwoordiging maar zo’n beetje buiten spel te zetten, maar evenzeer kwalijk dat hij zijn bevoegdheden als informateur verre overschreed.
Waagstuk
Even later benoemde koningin Beatrix zonder dat enige kamerfractie daarom gevraagd had een andere naaste adviseur, oud-premier Ruud Lubbers, tot informateur.
Die vertelde dat de koningin het vooralsnog ‘een waagstuk’ vond om Mark Rutte van de VVD de leiding te laten nemen bij de formatie en daarom hemzelf, Ruud Lubbers, had benoemd.
Dat klopt niet, zo zegt Tjeenk Willink nu, want het was een de vaste adviseurs van de koningin die dat gezegd had. Informateur Tjeenk Willink serveerde daarmee informateur Ruud Lubbers af.
Potje
Lubbers maakte er ook verder een potje van. Nadat de onderhandelaars van VVD, PVV en CDA hem voor zijn diensten hadden bedankt en ook geen belangstelling hadden voor de door Lubbers gepropageerde werkwijze sloeg de oud-premier terug. Hij bemoeide zich nog herhaaldelijk met de informatieronde.
Toen dat ook geen succes had zette hij een andere pet op, die van oudgediend CDA-politicus en bepleitte hij met kracht een stop van de poging een kabinet te vormen met de VVD, gedoogd door de PVV.
Paars-plus
En nu is daar Tjeenk Willink weer. Niet dat de Tweede Kamer om hem had gevraagd. Volgens Tjeenk Willink zelf was zijn terugkeer als informateur nodig omdat er onduidelijkheid was ontstaan tussen het afketsen van de onderhandelingen, afgelopen vrijdag, en het hernieuwde vertrouwen - dinsdagmorgen - bij VVD, PVV en CDA om de besprekingen alsnog succesvol te kunnen afronden. Er is op zich iets te zeggen voor zo’n tussenrondje Tjeen Willink, dat is het probleem niet echt.
Maar vervolgens ging Tjeenk Willink weer zijn boekje te buiten. Hij trok niet alleen de succesvolle afronding van de besprekingen in twijfel, onder het motto dat hij dat eerder had gehoord, namelijk bij Paars-plus. Hij beschadigde ook verkiezingsoverwinnaar Mark Rutte, door met zoveel woorden aan te geven dat dit zijn laatste kans was.
Meerwaarde
Informateurs horen dat allemaal niet te doen. De koningin wordt bij de formatie betrokken zolang partijen dat productief vinden. Voor de door haar benoemde informateurs geldt dat in versterkte mate.
Politieke interventies trekken de meerwaarde van de koninklijke bemoeienis in twijfel. Tjeenk Willink – en eerder ook Lubbers – bevorderen die twijfel.
Herman Tjeenk Willink moet dienstbaar zijn aan de vorming van een kabinet en niet meer dan dat. Hij heeft niets te zeggen over welk kabinet dat moet zijn. En al helemaal niet over welk beleid dat kabinet moet voeren. Niet als informateur, tenminste.