door
Robbert de Witt
8 nov 2011
De Iraanse president Ahmadinejad wil Israël van de kaart vegen
Dat de ayatollahs aan een atoombom werken, wordt steeds duidelijker. De vraag is of bombarderen succesvoller zal zijn dan de tactieken die Israël nu al gebruikt
Morgen zal het Internationaal Atoomenergieagentschap (IAEA) een rapport publiceren over het Iraanse atoomprogramma, dat 'explosief materiaal' zal bevatten: nog meer aanwijzingen dat de Islamitische Republiek werkt aan een atoombom.
Niets nieuws eigenlijk, deskundigen zijn het er allang over eens dat het Iraanse atoomprogramma niet zomaar bedoeld is om energie op te wekken, zoals de ayatollahs beweren.
Te laat?
Van sancties of onderhandelingen hoeven we niets meer te verwachten, want de Iraniërs bewijzen steeds dat ze zich hier niets van aantrekken. Moet Iran dan maar worden aangevallen voordat het te laat is?
Vooral in Israël, dat zich bedreigd ziet door Iran, zwelt het tromgeroffel aan. De Iraanse president Mahmoud Ahmedinejad kondigde al verschillende keren aan ‘de kleine Satan’ van de kaart te vegen.
Op scherp
Geen land ter wereld heeft zoveel ervaring met het bombarderen van nucleaire installaties als Israël. In Irak in 1981 en in Syrië in 2007 voerden de Israëliërs succesvolle aanvallen uit.
Maar een aanval op kerncentrales in Iran zou enorme gevolgen hebben – een groot regionaal conflict dreigt en duizenden Iraanse raketten staan op scherp.
Bovendien heeft Iran geleerd van Syrië en Irak: het land heeft zijn nucleaire fabrieken diep ingegraven en beschermd door meters beton. Het is maar de vraag of een Israëlische aanval succes heeft.
Omgelegd
Daarbij komt dat Israël niet lijdzaam zit af te wachten. Vorig jaar legde het in de Israëlische Negev-woestijn ontwikkelde Stuxnet-virus de Iraanse kerninstallatie in Natanz plat. Stuxnet 2.0 zou al in de maak zijn.
En regelmatig 'verdwijnen' er Iraanse atoomwetenschappers of worden ze omgelegd op straat in Teheran of elders in Iran.
Zolang Israël andere mogelijkheden heeft om de ayatollahs van een atoombom af te houden, blijven de Israëlische jagers aan de grond. Bovendien wordt een Israëlische aanval in het Midden-Oosten nooit aangekondigd.