door
Syp Wynia
9 nov 2011
Silvio Berlusconi heeft bekendgemaakt vroegtijdig op te stappen
Het vertrek van Silvio Berlusconi zal de problemen van Italië en die van de euro niet oplossen. Wat dat vertrek wel illustreert, is dat de democratie door de komst van de euro een veer heeft gelaten
Dé oplossing voor de problemen van Italië en de euro is het aangekondigde vertrek van Silvio Berlusconi niet. Het van cliëntelisme en patronage doortrokken politieke systeem van het land verandert er niet door.
De Italiaanse economie gaat niet plots groeien. Over nieuwe schulden hoeft tijdelijk wat minder rente te worden betaald, maar de immense staatsschuld blijft. En de 'linkse' voorgangers van de 'rechtse' Berlusconi maakten er eerder net zo'n potje van.
Idem dito
Griekenland idem dito. Daar gaat de ‘linkse’ premier George Papandreou het veld ruimen en gaat de ‘rechtse’ oppositie meeregeren. Maar die ‘rechtsen’ waren nou juist aan de macht, voordat Papandreou twee jaar geleden in Brussel moest bekennen dat de Griekse statistieken wederom waren vervalst.
In het geval van Papandreou kan worden gesproken van rechtstreeks ingrijpen van de Europese machthebbers Angela Merkel en Nicolas Sarkozy. Die dwongen de Griek zijn referendumplan in te trekken, waarna zijn positie onhoudbaar werd.
Druk van buitenaf
In het geval van Berlusconi was de druk van buitenaf wat diffuser, maar speelt die zeker ook een rol. Mogelijk komen in zowel Rome als in Athene technocraten aan de macht, die de taal kennen van Brussel, Washington en Frankfurt; van EU, IMF en ECB.
Wat er ook van Papandreou en Berlusconi gezegd kan worden, dit is toch niet zoals de democratie bedoeld is: dat buitenlandse druk bepaalt wie een land regeert.
Opgeven
Eén ding staat nu wel vast, namelijk dat de burgers van eurolanden niet alleen hun eigen munt kwijt zijn, maar ook hun parlementaire democratie voor een deel hebben moeten opgeven.
Waar buitenlandse druk ertoe leidt dat gekozen politici het veld ruimen, staat de democratie onder spanning.