door
Simon Rozendaal
6 feb 2011
Windenergie is voorlopig een onbereikbaar doel
In de jaren tachtig van de afgelopen eeuw besloot president Nixon dat hij zichzelf onsterfelijk wilde maken door kanker de oorlog te verklaren. De man had een gigantisch minderwaardigheidscomplex: in The Powers That Be beschrijft David Halberstam hoe hij regelmatig na afloop van een tv-debat aan zijn adviseurs vroeg: hoe zag mijn neus er uit? Hij was geobsedeerd door de grootte van zijn neus, die inderdaad opmerkelijk was.
China
Het was helemaal niet zo’n slechte president als we nu denken. Zo heeft hij de eerste opening naar China gemaakt. Dat was in het licht van de geschiedenis niet onverstandig: China staat op het punt om de leidende rol die het duizenden jaren heeft vervuld, weer op zich te nemen.
Maar de immer onzekere Nixon (mijn neus!) wilde net zo de geschiedenis in gaan als Kennedy met zijn Apollo-project en Roosevelt en Truman met hun Manhattan-project. Ik wil ook een project! Dat werd, zo beschrijft de briljante Amerikaanse kankerarts Siddharta Mukherjee in zijn boek ‘De keizer aller ziektes’ (zondagochtend is hij te gast in het onvolprezen boekenprogramma van Wim Brands), de oorlog tegen kanker.
Moraal
Nixon smeet met miljarden. Elke onderzoeker die geld wilde, hoefde in zijn subsidieaanvraag slechts het woord kanker te noemen en de geldsluizen gingen open. Het had een enorme kennisexplosie tot gevolg, overal verrezen gespecialiseerde kankerziekenhuizen waarin gespecialiseerde oncologen werkten maar de oorlog werd niet gewonnen. Sterker, kanker klom van killer nummer twee naar nummer één.
De moraal van het verhaal is dat je een probleem niet kunt oplossen met geld alleen. Geld helpt, natuurlijk, maar je moet ook het tij en de tijd mee hebben. Stel, dat in de tijd van Caesar en Cleopatra deze twee schatrijke heersers hadden besloten dat ze koste wat het kost een computer wilden hebben. Hoeveel geld ze er toen ook tegen aan hadden gegooid, dat had nooit een betere computer dan de abacus opgeleverd, doodeenvoudig omdat de tijd niet rijp was.
Windmolens
Dat is de relatie met windmolens. Niet eens zozeer dat ze een kanker van de horizon vormen (doorgaans wel maar er zijn plaatsen en momenten dat ze me minder storen en dat je misschien zelfs kunt verdedigen dat ze mooi zijn), maar omdat hoeveel geld de Al Gore’s, de Maxime Verhagens, de Jolande Sappen en de Diederik Samsoms van deze wereld ook in windenergie en zonnecellen stoppen, deze zullen niet in staat zijn om fossiele energie te vervangen. De tijd is nog niet rijp.
Misschien zal het nooit lukken (zo denk ik zelf over windmolens), misschien over een jaar of dertig (misschien bij zonnecellen, maar dan moet de technologische ontwikkeling mee zitten), maar voorlopig is dit een onbereikbaar doel. Zoals Nixon tegen windmolens vocht, vechten Greenpeace en co nu voor windmolens. Don Quichotte’s.