Hillen heeft zijn excuses aangeboden voor de fouten die zijn gemaakt
Moeilijke militaire missies kunnen altijd mislukken, maar door een enorme politieke hype over acties die niet slagen, zal de krijgsmacht in de toekomst niet snel te handelen
De angel was er snel uit, gisteravond, in het Tweede Kamerdebat over de mislukte Lynx-operatie. Na het onzekere voorprogramma, de minister van Buitenlandse Zaken Uri Rosenthal (VVD), die vooral de instructies van zijn ambtenaren leek te playbacken, verscheen na tienen de hoofdact: minister Hans Hillen (CDA) van Defensie.
Die stelde de Tweede Kamer niet teleur: in de openingsfase van zijn betoog zei hij waar mogelijk 'het spijt me'.
Emoties
Toen oppositieleider Alexander Pechtold (D66), een van Hillens felste criticasters, de minister om een uur of elf bijna deemoedig vroeg om zijn eigen optreden te recenseren, wist je het als kijker wel zeker: weinig meer aan de hand voor Hillen.
Ze mondde het debat over de Lynx-evacuatie in Libië uit in het politieke ritueel dat vantevoren was voorspeld: de Tweede Kamer die een tot dan toe tamelijk hooghartige minister van Defensie dwingt een toontje lager te zingen. Toen die dat had gedaan, waren de grootste emoties uit het debat.
Nuchter
Anders dan zijn collega op Buitenlandse Zaken had Hillen goed duidelijk weten te maken hoe zeer ook bij de Lynx-operatie de fog of war een rol had gespeeld. Er moeten in dit soort situaties onder grote tijdsdruk duidelijke beslissingen genomen worden in onduidelijke omstandigheden.
Door dit nuchtere verhaal van de minister leek de realiteitszin weer een beetje terug te keren in de Tweede Kamer. En terecht. Een oorlog is andere koek dan de Marinedagen in Den Helder. Is daarmee de kous af? Dat ook weer niet.
Nood
Ten eerste kwam gisteren, uit de beantwoording van de bewindslieden, een tamelijk ontluisterend beeld naar voren van de informatiepositie van de militaire inlichtingendienst MIVD. Die loopt per definitie achter de internationale ontwikkelingen aan, zo bleek uit het verhaal van Hillen.
Als de nood aan de man is, moet de 900 man (!) sterke dienst zijn informatie bij wijze van spreken bij elkaar googelen of bij zusterdiensten zien los te peuteren. De neutrale waarnemer ruikt hier een window of opportunity om te bezuinigen.
Mislukken
De tweede kanttekening betreft de Tweede Kamer zelf. De tendens daar is steeds grotere bemoeienis met de operationele kanten van militaire acties – het debat van gisteravond was daar een voorbeeld van.
Als de missie in het Afghaanse Kunduz straks ook zo permanent onder het politieke vergrootglas van de 150-Kamergeneraals komt te liggen, voorspelt dat weinig goeds voor die missie. Moeilijke missies in moeilijke omstandigheden kunnen mislukken.
Als over elke mislukking een gigantische politieke hype ontstaat, zal dat de neiging tot handelen bij de krijgsmacht bepaald niet groter worden. En wat is dan, op den duur, nog het nut van militaire missies?