door
Gerlof Leistra
10 mrt 2011
De Hoge Raad wil Buruma graag hebben als raadsheer
Dat de PVV zich verzet tegen de voorgenomen benoeming van Ybo Buruma als raadsheer in de Hoge Raad, is vanuit de partij gezien begrijpelijk. Maar de benoeming van een raadsheer moet geen inzet worden van een politieke discussie
Buruma heeft zich hard uitgelaten over partijleider Geert Wilders en diens opvattingen. Logisch dat de PVV'ers geen fan van hem zijn. Aan de andere kant is Buruma door zijn betrokkenheid en gedrevenheid een jurist die je nu net niet kunt verwijten dat hij in een ivoren toren zit. Daar is de PVV toch zo bang voor?
Formaliteit
Normaal gesproken is een voordracht van een raadsheer in de Hoge Raad een formaliteit. Het zou ook gek zijn als zo'n benoeming inzet wordt van een politieke discussie in de Tweede Kamer.
De Hoge Raad wil Buruma graag hebben, omdat hij een uitstekend jurist is met een schat aan ervaring als wetenschapper, plaatsvervangend raadsheer in het gerechtshof Arnhem en voorzitter van de toelatingscommissie van de Commissie Evaluatie Afgesloten Strafzaken.
Bovendien verstaat hij de kunst ingewikkelde zaken terug te brengen tot de kern en helder te verwoorden.
Nihil
Natuurlijk heeft de PVV recht van spreken als Buruma zich bij de Hoge Raad zou ontpoppen tot raadsheer met een politieke agenda. Die kans is nihil.
Van zijn politieke voorkeur heeft Buruma nooit een geheim gemaakt. Hij schreef in 2006 mee aan het verkiezingsprogramma van de PvdA, maar is geen lid. Op zich is dat geen probleem. Iedere raadsheer heeft zijn persoonlijke opvattingen, maar die spelen geen rol bij de beoordeling van juridische vragen.
Gewoon benoemen dus. De Hoge Raad krijgt er een topjurist bij en mag zich met hem gelukkig prijzen.