door
Carla Joosten
11 mrt 2011
Ben Knapen vindt het goed dat Nederland soevereiniteit inlevert
Vandaag praten de regeringsleiders van de eurolanden over de toekomst van de eurozone. Gaan de landen hun economieën op elkaar afstemmen en afspraken maken over winstbelasting, loon- en pensioenontwikkeling, is de centrale vraag.
Doel van de economische coördinatie is het vertrouwen van de financiële markten in de eurozone te herstellen. Die markten hadden ontdekt wat de politici niet hadden gezien of bewust hadden genegeerd, namelijk dat enkele landen hun financiën niet op orde hadden of hun economie in het honderd lieten lopen door vastgoedbubbels of anderszins boven hun stand gingen leven. De financiële markten fungeerden als het kanariepietje dat in de mijn waarschuwt voor giftige stoffen.
Schimmig
Vraag is of de afspraken van vandaag leiden tot het opgeven van soevereiniteit door de lidstaten. Daarover doen de politici schimmig, bleek afgelopen woensdag alweer in het kamerdebat voorafgaand aan de eurotop van vandaag. Veelzeggend was dat premier Mark Rutte het woord zorgvuldig meed.
Staatssecretaris Ben Knapen (Buitenlandse Zaken) was twee weken eerder in Elsevier duidelijker: ‘We voeren de laatste tien jaar een wat neurotisch discours over soevereiniteit. Terwijl dat begrip eigenlijk te maken heeft met invloed en handelingsvaardigheid. Nederland was voor de Tweede Wereldoorlog neutraal en soeverein. We moesten censuur toepassen op onze radiozenders om een bevriend staatshoofd niet te bruuskeren. De heer Hitler. Soeverein land.’
Wat Knapen maar wilde zeggen: we leveren wel soevereiniteit in, maar dat is maar goed ook. Knapen kon niet anders dan dit zeggen, want in 1998 had hij nog geschreven dat Nederland met de komst van de euro al zijn soevereiniteit had ingeleverd.
Gulden
Daarover zei hij in Elsevier: ‘Maar we kregen er handelingsvaardigheid voor terug. Met de gulden hadden we op papier soevereiniteit, maar we moesten elke donderdagmiddag op de telex kijken wat in Frankfurt was besloten en tien seconden later gingen we al mee. We waren een verlengstuk van de Duitse mark. Zonder inspraak. Nu zitten we in het bestuur van de Europese Centrale Bank en spreken mee over het beleid rond de euro. We leveren soevereiniteit in en krijgen handelingsvaardigheid terug. Met mate, maar toch'.
Het probleem met besluitvorming in de Europese Unie is de vaagheid ervan. Ook is het traject opgeknipt in zoveel stadia waardoor het lastig is om nog precies te traceren wat er wanneer is besloten. Vandaag komt er vast ook weer een vage verklaring uit de bus, waarvan de pakweg duizend journalisten in Brussel chocola moeten maken.
Noodfonds
Tekenend is dat CDA-minister Jan Kees de Jager (Financiën) de afgelopen maanden steevast ontkende dat het noodfonds voor zwakke eurolanden niet opgehoogd hoefde te worden en woensdag in de Tweede Kamer opeens toegaf dat dit wel moet gebeuren.
Er is nog wel enig begrip voor de politici op te brengen: wordt het maar eens met 27 mannen en vrouwen eens (of 17 in het geval van de eurolanden). En dan ook nog in een situatie dat niet alleen nationale parlementen en kiezers in eigen land kritisch meekijken, maar vooral ook die verdomde financiële markten die de vrede in het euro-paradijs vorig jaar zo bruut verstoorden.
Een ding staat vast: die markten kunnen vandaag niet meer reageren op de uitkomst van de top. De meeste beurzen vieren weekeinde als de euroleiders hun conclusies bekend maken.