De drie Nederlandse militairen met op de achtergrond de Nederlandse topdiplomaat
Goede afloop van kwestie rond gevangen genomen militairen in Libië laat weer eens zien waarom Buitenlandse Zaken altijd een nationale aangelegenheid moet blijven
Op de dag dat de parmantige Franse president Nicolas Sarkozy de door rebellen opgezette Nationale Libische Raad erkende als 'enige legitieme vertegenwoordiging van het Libische volk', wisten Nederlandse diplomaten de vrijlating van drie gevangen genomen militairen te bewerkstelligen bij het regime in Tripoli.
'Deskundigen' buitelden de afgelopen week in de media over elkaar heen om te verklaren dat de drie voorlopig echt niet zouden vrijkomen, gezien de barse reputatie van de Libiërs, en dat zij vast en zeker vreselijk behandeld zouden worden. Libië zou ze nooit laten gaan, omdat ze als menselijk schild zouden kunnen dienen.
Maar intussen zorgden Haagse diplomaten er in alle stilte voor dat het noodzakelijke gebeurde: onderhandelingen voeren op vele fronten.
Schemer
Hoewel de exacte toedracht van de vrijlating met achterlating van de Lynx-helikopter nog in schemer is gehuld, is duidelijk dat de zet om secretaris-generaal Ed Kronenburg van Buitenlandse Zaken met een aantal ambtenaren van Defensie naar Libië te sturen, goed is uitgepakt.
Kronenburg heeft een schat aan diplomatieke ervaring. De 59-jarige topdiplomaat was in mei 2010 al in Libië, om de nasleep te coördineren van een vliegtuigongeluk bij Tripoli waarbij zeventig Nederlanders om het leven kwamen. Hij geldt als rustig, slim en iemand die zich niet omver laat kegelen.
Papandreou
Minister Uri Rosenthal (VVD) van Buitenlandse Zaken prees vanochtend ook nadrukkelijk de hulp van de Griekse minister van Buitenlandse Zaken en de Griekse premier, George Papandreou, die naar verluidt uitstekende relaties onderhoudt met kolonel Muammar Khaddafi.
Niet uitgesloten is dat ook de Koningin heeft bijgedragen aan de snelle vrijlating, door de situatie van de miltiaren ter sprake te brengen in haar informele ontmoeting met de sultan van Oman en bij haar staatsbezoek aan Qatar.
Rebellenclub
Het zijn kortom allerlei bilaterale contacten geweest die het mogelijk hebben gemaakt dat het grillige Libische regime de drie heeft laten gaan. Er zijn geen beloften gedaan, er zou niets zijn betaald.
Dat daar dan gisteren opeens Nicolas Sarkozy doorheen denderde, die uit het niks een rebellenclub als officiële machthebbers van Libië erkende, is op zijn zachtst gezegd weinig solidair. Voor hetzelfde geld hadden de Khaddafi's een streep gezet door de voorgenomen vrijlating.
Deze ijdele Franse actie geeft eens te meer aan dat Buitenlandse Zaken altijd een nationale aangelegenheid moeten zijn, en dat de ouderwetse, nationale diplomatie niet ook moet worden opgeslokt door 'Europa'.