door
Wierd Duk
16 apr 2011
Oost-Europeanen protesteren bij de SER
Het kabinet wil de overlast door werkloze Oost-Europeanen terugdringen. Vraag is of harde woorden kunnen worden waargemaakt
Deze week presenteerde minister van Sociale Zaken Henk Kamp (VVD) een grote hoeveelheid maatregelen om de overlast door Oost-Europeanen tegen te gaan.
Grote steden
Het
kabinet reageert na een nogal dramatische oproep van verontruste wethouders uit Den Haag en Rotterdam. Die klaagden over overlast door werkloze en slecht
gehuisveste Oost-Europese arbeidsmigranten in hun steden. De Haagse wethouder Marnix
Norder (PvdA) sprak zelfs over een 'tsunami' van Polen. Die constatering kwam
Norder op veel kritiek te staan, maar hij zette er de boel wel mee op scherp.
Nu is het de vraag of enkele ingrijpende maatregelen om de overlast tegen
te gaan kunnen worden verwezenlijkt. Zo wil Nederland dat Oost-Europeanen, die hier een jaar of langer hebben gewerkt en in een uitkering
terechtkomen, niet langer recht hebben op verblijf.
Er is een complicerende
factor: er is instemming van Brussel voor nodig om in deze situatie verandering
te brengen. Ook maakt Kamp een nummer van de repatriëring van werkloze Oost-Europeanen, die na drie maanden geen werk hebben gevonden. Hoe die repatriëring in de praktijk moet plaats hebben? Het is in eerste instantie hun
eigen verantwoordelijkheid om terug te keren, zei Kamp, en anders sturen we ze
in een busje terug naar Polen.
Retoriek
Dat klinkt weinig overtuigend, die mensen zijn
enkele dagen later al weer terug in Nederland, op zoek naar werk.
Het is goed dat de regering de overlast die gepaard gaat met de enorme toename
van het aantal Oost-Europese arbeidskrachten wil terugdringen. En onder de
aangekondigde maatregelen zitten zinvolle ingrepen, zoals een striktere aanpak
van huisjesmelkers en malafide uitzendbureaus en de beperking van het aantal werkvergunningen voor Roemenen en Bulgaren. Maar te vaak vervalt het kabinet in
harde retoriek, die moeilijk kan worden waargemaakt.