Verbod op overdoofd slachten is een goed plan
Het debat over onverdoofd ritueel slachten laat weer eens zien hoe gelovigen ten onrechte privileges opeisen
‘Treurig afscheid van de Nederlandse tolerantie’, ‘verkwanseling van een van de belangrijkste grondrechten’: joden en moslims gebruikten de afgelopen weken, in een opmerkelijk vertoon van eensgezindheid, zware woorden.
Aanleiding was het wetsvoorstel van de Partij voor de Dieren om een eind te maken aan het ritueel slachten van dieren.
Wreed
Een verstandig voorstel. Het onverdoofd slachten van dieren, zoals gebruikelijk in jodendom en islam, is een wreed ritueel dat een dier voor zijn dood onnodige stress en pijn bezorgt. Het zonder verdoving doorsnijden van de keel van ongeveer twee miljoen kippen, kalveren, geiten en schapen past niet in een beschaafd land als Nederland.
Het verweer van joden en moslims is dat het hier gaat om aloude tradities die bescherming verdienen vanwege de vrijheid van godsdienst. Hier zien we weer eens hoe gelovigen ten onrechte privileges opeisen.
Discrimineren
Het is een groot goed dat mensen in Nederland vrijelijk hun geloof kunnen belijden, religieuze organisaties kunnen oprichten en hun religieuze opvattingen kunnen uitdragen.
Maar de vrijheid van godsdienst mag niet dienen als vrijbrief voor gelovigen om dingen te doen die ongelovigen niet mogen. Zo is het principieel verkeerd dat gelovigen een grotere vrijheid wordt gegund om homoseksuelen te discrimineren omdat zij verwijzen naar homofobe passages in het Oude Testament en de Koran.
Een verbod van ritueel slachten betekent geen afscheid van verdraagzaamheid, maar een overwinning van de beschaving op dieronvriendelijke tradities.