Blog

Algemeen

Dean Acheson: sierlijk en slagvaardig

door Rik Kuethe 19 mei 2011

Dean Acheson, minister van Buitenlandse Zaken van 1949 tot 1953
Dean Acheson, minister van Buitenlandse Zaken van 1949 tot 1953

Dean Acheson was de vierde en laatste minister van Buitenlandse Zaken die onder president Harry S. Truman diende. Samen met John Adams en Henry Kissinger wordt hij gerekend tot de drie grootsten in het ambt.

Acheson noemde zijn boek over de periode dat hij op het ministerie van Buitenlandse Zaken werkte Present at the Creation. My Years in the State Department. Maar hij was niet alleen aanwezig bij de schepping van een nieuwe wereldorde, hij was daarvan in belangrijke mate ook de vormgever.

Zo stond hij aan de wieg van het Marshallplan, dat beoogde West-Europa er na de Tweede Wereldoorlog economisch weer bovenop te helpen. Daarnaast was hij de architect van de Noord-Atlantische Verdragsorganisatie (NAVO), het militaire bondgenootschap dat de veiligheid van de meeste West-Europese landen plus Turkije vastklonk aan die van de Verenigde Staten en Canada.

Acheson was ook de vader van de doctrine waarmee president Harry S. Truman een halt toeriep aan de penetratie van het Midden-Oosten en het Middellandse Zeegebied door de Sovjet-Unie. Het was Acheson ten slotte, die Truman overtuigde dat hij de Noord-Koreaanse invasie van Zuid-Korea, op 25 juni 1950, niet over zijn kant kon laten gaan.

Entertainer
Dean Acheson werd op 11 april 1893 geboren in Middletown, Connecticut, waar zijn vader dominee was van de episcopale kerk en later bisschop werd. Op de deftige kostschool Groton , en later op Yale University gedroeg Acheson zich voornamelijk als een entertainer. Na Yale zette hij zijn studie voort aan de Harvard Law School  waar hij, night and day, een kamer deelde met liedjesschrijver Cole Porter.

Achesons brille werd al gauw opgemerkt door zijn hoogleraar Felix Frankfurter (de latere opperrechter), die hem een aanstelling bezorgde als assistent van opperrechter Louis Brandeis. Maar het was opperrechter Oliver Wendell Holmes Jr., die nog in de Amerikaanse Burgeroorlog had gevochten, die de grootste invloed op Acheson uitoefende. Beiden geloofden in een pragmatische benadering van het recht. Dat kwam Acheson van pas toen hij meer dan tien jaar de advocatuur praktiseerde op het kantoor Covington & Burling.

Zijn eerste overheidsfunctie bekleedde hij in 1933 op het ministerie van Financiën, waar hij na vijf maanden alweer ontslag nam omdat hij president Franklin Delano Roosevelt het recht betwistte om de goudprijs vast te stellen.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog bekleedde Acheson verschillende hoge functies op het ministerie van Buitenlandse Zaken, in de zomer van 1945 was hij opgeklommen tot tweede man.

Anticommunist
Acheson mocht dan een uitgesproken anticommunist zijn, een ideoloog of een voorvechter van de Koude Oorlog was hij niet. Deze realist probeerde met de Sovjet-Unie, een belangrijke bondgenoot in de Tweede Wereldoorlog, tot overeenkomsten te geraken. Door deze houding vervreemdde hij zich van de conservatieve vleugel van het Congres.

In de zomer van 1945 ontbrandde tussen de Republikeinse minister van Oorlog Henry Stimson en zijn Democratische collega van Buitenlandse Zaken James Byrnes een felle strijd over de vraag hoe het als zeer destabiliserend ervaren Amerikaanse monopolie op het atoomwapen moest worden aangepakt.

Hoewel Acheson de plaatsvervanger was van Byrnes, bleek hij het eens met Stimson, namelijk dat overleg met Sovjetleider Jozef Stalin geboden was. Byrnes zag meer heil in controle door een commissie van de Verenigde Naties. President Harry Truman besteedde relatief weinig aandacht aan deze halszaak.

Hoewel Acheson zelf ook steeds ongeruster werd over het beleid van de Sovjets, zoals het gebrek aan vrije verkiezingen in Polen en de bezetting van Noord-Iran, moest hij steeds opnieuw zijn felle president afremmen.

‘Langzaam drong het tot ons door,’ schreef Acheson in Present at the Creation, ‘dat de wereldorde die wij uit de negentiende eeuw hadden geërfd, niet langer bestond en dat de strijd om deze te vervangen zou worden gevoerd tussen twee machtscentra die bitter tegenover elkaar stonden en ideologisch onverenigbaar waren.’

Niet sinds de tijd van het oude Rome en Carthago was de wereld zo gepolariseerd.

China
Op 21 januari 1949 werd Dean Acheson zelf minister van Buitenlandse Zaken. Op dezelfde dag trad generalissimo Chiang Kai-shek af als president van China. Zijn manschappen waren volkomen gedemoraliseerd, een volledige overname van China (minus Taiwan) door de communisten van Mao Zedong was slechts een kwestie van tijd.

De Republikeinen, die Truman het verlies van China aanwreven, wensten geen geld voor het herstel van Europa te fourneren zolang de regering geen middelen voor de zieltogende Nationalisten in China beschikbaar stelde.

Nadat Mao op 7 oktober 1949 de Volksrepubliek China had uitgeroepen, begon Washington waar mogelijk een wig tussen Moskou en Peking te drijven. Acheson behoorde tot de minderheid van specialisten die niet geloofden dat het wereldcommunisme één monolithisch blok vormde.

Indammen
De expansiedrift van de Sovjet-Unie moest naar zijn mening niet gewapenderhand worden beantwoord, maar worden ingedamd: het zogenoemde containment-beleid. ‘Zolang de Russen denken dat er bij ons zwakke plekken zijn, zullen zij die zwakke plekken op de proef stellen.’

De Sovjet-Unie diende te worden benaderd als een grote mogendheid en niet als een monster dat moest worden vernietigd. Voor dat indammen diende de NAVO, de unieke collectieve veiligheidsorganisatie met als motto: een aanval op één van ons, geldt als een aanval op ons allen.

Al snel zou de Bondsrepubliek Duitsland ook lid worden van de NAVO.

Cryptocommunist
Senator Joe McCarthy, op jacht naar ‘on-Amerikaanse activiteiten’, zag in de gematigde houding van Acheson meer dan genoeg aanleiding om hem te brandmerken als een cryptocommunist. Een typering waaronder Acheson zwaar heeft geleden. Het was een volstrekt uit de lucht gegrepen beschuldiging. Zoiets als bisschop Jo Gijsen als voorganger van de gereformeerde kerk van Middelharnis bestempelen.

De Leidse hoogleraar Amerikanistiek Alfons Lammers schreef, lichtvoetig als altijd, in NRC Handelsblad van 24 juni 1980 bij het uitkomen van Among Friends. Personal Letters of Dean Acheson, een selectie van persoonlijke brieven van Acheson aan onder anderen Harry Truman, dat de schrijver nauwelijks onderdeed voor een diplomaat. Zijn pakken waren net zo elegant als de zwierigheid van zijn proza. Hij droeg dikwijls een vlinderdasje en altijd een snor.

The New York Times schreef destijds: ‘Als je zijn brieven aan zijn kinderen en kleinkinderen voor een spiegel zou houden, zou je een grijnzende deugniet zien.’ Naast zijn distinctie behield Acheson altijd iets speels.

Over president John F. Kennedy schreef Acheson weinig waarderend in een brief dat die veel weg had van een 'Indiase slangenbezweerder'. Toch had Kennedy hem opgenomen in het crisisteam voor de bijna-oorlog om Cuba. Acheson adviseerde toen om met conventionele wapens het eiland te bombarderen. Een advies dat, zoals we weten, de president niet heeft overgenomen.

Nederlandse connecties
Acheson was bevriend met de Nederlandse minister van Buitenlandse Zaken, Dirk Stikker, en diens voorganger Eelco van Kleffens.

In 1962 ontmoet hij op een Bilderbergconferentie prinses Beatrix. Het moet een levendige conversatie zijn geweest. In een brief aan zijn vriend Felix Frankfurter schrijft Acheson onder meer: ‘Net als een heleboel jonge mensen vindt ze dat haar opvoeding volstrekt verkeerd was. (…) De oorspronkelijke fout lag bij haar moeder, die houdt van dromerige ideeën en een moderne opvoeding, zoals het Montessori-model. Dat ging helemaal fout. Niemand werkte. (…) Dit is een jongedame met pit, zoals de Nederlanders zullen bemerken indien ze de kans krijgt te laten zien wie zij is.’

Acheson had Beatrix’ moeder, koningin Juliana, in april 1952 opgewacht bij haar eerste staatsbezoek aan de Verenigde Staten. Tijdens dat bezoek hield zij een rede voor het Congres. Voordat Juliana naar Amerika vertrok, was daarover een politieke binnenbrand ontstaan in Den Haag - onder anderen Stikker vond de tekst veel te dromerig.

Vietnamees moeras
Nadat zich begin 1953 een wisseling van de wacht had voorgedaan aan de top van het ministerie van Buitenlandse Zaken, keerde Acheson terug naar advocatenkantoor Covington & Burling, waar ook zijn broer Dick werkte.

Hij bleef het Witte Huis adviseren (‘zoveel minder aantrekkelijk dan beslissen’). President Lyndon Johnson benoemde hem tot een van de ‘wise men’ die hem moesten adviseren hoe uit het Vietnamese moeras te geraken. Zijn adviezen misten op dat moment soms de vroegere consistentie.

Dean Acheson stierf op 12 oktober 1971 (Columbus Day) op zijn geliefde boerderij in Sandy Springs, Maryland aan de gevolgen van een hartaanval. Hij werd 78 jaar.

Tags

zie ook

Eén reactie

  • Indien ik mij goed herinner omschreef Acheson in zijn memoires ("Present at the Creation") de toespraak van de Koningin niet erg vleiend als die van een "Dutch aunt".