door
Liesbeth Wytzes
2 mei 2011
Bijzondere etenswaren zijn overal
Je hoort nog wel eens een bezorgde ouder zeggen dat kinderen tegenwoordig niet meer weten waar het eten vandaan komt.
Nou, die kinderen wonen dan wel in Toekitoeki-land, want overal in Nederland struikel je zowat over de authentieke streek- en boerenmarkten, waar simpel uitgedoste pachters hun zelfgeteelde stronken met zwammig groeisel aan de man proberen te brengen of ons ervan willen overtuigen dat hun korven met weke mispels het kopen en eten waard zijn.
Even verderop kun je ham kopen van zeldzame snuitzwijnen met zwarte hoeven, of een veldgroeisel zo zeldzaam dat ze dat in Italië (daar komt het beste eten natuurlijk vandaan) altijd voor zichzelf hielden, tot deze boer de plaatselijke bevolking na jarenlang bewerken zover wist te krijgen dat ze een deel van hun oogst, in een bui van zeldzame grootmoedigheid, aan de jaarmarkt in Oudkarspel of waar dan ook wilden afstaan.
Concoctie
Daar staan dan allemaal zelfbenoemde culi’s, rieten mand uit de Provence aan de arm, de mensen die niks liever doen dan de hele dag in hun state of the art keuken staan met die Viking of Aga-oven, met de linkerhand zelf pasta bereidend, met de rechterhand de crême brulée carameliserend met een speciaal alleen voor die handeling aangeschafte electronische flambouw, terwijl de Elbulliaanse retorten borrelen met een nieuwe concoctie.
Dat zijn de mensen die hun vrije zaterdag besteden aan een lange, lange rit naar een diep in het platteland verscholen, wankele boerderij waar de gelovige boerin nog zelf haar onwaarschijnlijk lekkere kaas maakt en die ver onder de kostprijs verkoopt. Weet zij veel. De mensen die hun kostbare wijn nooit bij de supermarkt kopen of bij de slijter, maar daar een heel leuk adresje voor hebben, van een klein huis, maar zó bijzonder. En die hun chocola alleen maar in Brussel kopen, of liever nog in Parijs, want in Nederland denken we dat Verkaderepen lekker zijn, sukkels.
Nigella
Op de televisie zien we knappe koks als Nigella Lawson moeiteloos maaltijden maken voor een informeel doordeweeks etentje met een paar honderd van haar beste vrienden. Verder wemelt het van de kookwedstrijden waar ambitieuze thuiskoks zwetend hun 'droom' van een eigen restaurantje proberen waar te maken.
En dan de kranten. Vandaag moeten we, op een paginagrote spread, lezen wat een journalist van de Volkskrant allemaal wel niet heeft gegeten in het beste restaurant van de wereld, het Deense Noma. Hartige oliebol met sprot. Gedroogd vel van eendenjus. Lapjes van duindoornsap. Het wordt beschreven met een devotie vroeger voorbehouden aan de eredienst op zondag.
Leuk dat die journalist daar kon eten, hij moest er lang op wachten, maar wat kan mij dat verder schelen? En waarom moet dat over twee pagina’s – met nieuws heeft het niks te maken. Vertel het lekker aan je vrienden en val de lezers van de krant er niet mee lastig, lijkt me.
Lifestyle
Of de nieuwe 'lifestylebijlage' Lux van NRC Handelsblad. Is lifestyle daar gewoon een ander woord voor eten? Mon dieu. Waar zijn de tijden dat we genoeg hadden aan Margriets kookboek? Dat het maken van een goede gehaktbal – nog niet zo eenvoudig – al voldoening kon schenken? Dat je gewoon een speklapje op tafel kon zetten zonder dat de gasten met wijdopengesperde ogen van schrik naar hun bord keken?
In Lux moeten we wekelijks de ene pagina na de andere doorploegen met bespiegelingen van de 'thuiskok' van de krant, daarbij een 'bijzondere fles' ontkurkend, of anders horen waar nu weer een 'toonaangevend' restaurant is.
Toen ik klein was, droomden we van de vooruitgang die het jaar 2000 zou brengen. Vliegende auto’s, bewegende huizen. En een pil die maaltijden zou vervangen, want als je klein bent, heb je het niet zo op eten en lang aan tafel zitten. Ik vraag me af, die pil, wordt het nog wat?