door
Jean Dohmen
10 jun 2011
De Griekse premier George Papandreou heeft te kampen met nog slechtere economische cijfers
De problemen in Griekenland worden alleen maar groter in plaats van kleiner. De Europese aanpak werkt niet, maar Brussel is doof voor kritiek
Griekenland zakt steeds dieper weg in het financiële moeras. De economie van het noodlijdende land is in de eerste drie maanden van dit jaar onverwacht met 5,5 procent gekrompen in vergelijking met een jaar eerder.
Door de economische tegenwind wordt het steeds moeilijker voor de Grieken om het volledig uit de hand gelopen tekort op de begroting te verkleinen, zoals de Europese Unie en het Internationaal Monetair Fonds eisen.
Strenge eisen
Het land moet aan strenge eisen voldoen, wil het kunnen rekenen op nieuwe Europese miljardenleningen om zijn schulden te betalen. Premier George Papandreou wil de belastingen in het land daarom fors verhogen.
De grotere krimp van de economie is een streep door de verbeterplannen van de in Verenigde Staten geboren premier. Als burgers en bedrijven minder verdienen, kunnen ze minder belasting betalen.
Onzeker is ook of er in het Griekse parlement een meerderheid is voor de maatregelen van Papandreou. Het verzet daartegen wordt steeds feller. Premier Jean-Claude Juncker van Luxemburg, voorzitter van de eurozone, werd door boze Grieken met de dood bedreigd.
Waardeloze beloftes
Als de gebeurtenissen van de afgelopen weken een ding duidelijk hebben gemaakt, is het dat de huidige Europese aanpak van de Griekse crisis niet werkt. De problemen lijken alleen maar groter in plaats van kleiner te worden.
Steeds meer geld lenen in ruil voor steeds onrealistischere bezuinigingsplannen van de Griekse regering, stuk voor stuk waardeloze beloftes die nooit ingelost zullen worden, is uiteindelijk geen oplossing.
De rekening
Het is onbegrijpelijk dat Europa zich blijft verzetten tegen een herstructurering van de Griekse staatsschuld, waarbij een deel van de schulden wordt kwijt gescholden.
De rekening wordt in dat geval ook gelegd waar zij thuishoort: bij de beleggers die Griekenland jarenlang te veel geld hebben geleend. En niet bij de belastingbetalers in de andere Europese lidstaten, die nu de rommel mogen opruimen.