door
Eric Vrijsen
8 jun 2011
Nederlandse F-16's mogen geen gronddoelen bestoken
De NAVO wil dat Nederland de militaire missie in Libië uitbreidt. Terecht. Het heeft geen zin om vliegtuigen te sturen die meedoen voor spek en bonen
Het kabinet-Rutte wil de militaire missie in Libië wel verlengen, maar niet uitbreiden. De ministers schrikken terug voor het bombarderen van gronddoelen. De NAVO pleit al weken lang voor een actievere Nederlandse rol. Tot nu toe tevergeefs.
Bloedbad
Als VN-operatie is de internationale militaire missie een succes. De geallieerde luchtvloot zorgt ervoor dat de straaljagers van Muammar Khaddafi helemaal niet en zijn helikopters maar heel af en toe durven op te stijgen. Daardoor is voorkomen dat Khaddafi een bloedbad aanrichtte onder de opstandige bevolking. Als militaire operatie is de NAVO-inzet echter vastgelopen. Delen van Libië zijn in handen van het verzet, elders regeert de dictator.
De militaire theorie zegt dat uiteindelijk elke dictator valt, indien de 'zwaartepunten' van zijn bewind worden aangepakt. Dat kunnen militaire hoofdkwartieren zijn, maar ook olieraffinaderijen, regeringsgebouwen of tv-torens. In dat opzicht moet de NAVO-campagne worden uitgebreid: het bestoken van gronddoelen.
Preventief
De Britten, Fransen en Amerikanen doen dit al lang. De Denen, Noren en zelfs Belgen helpen mee. Maar uitgerekend de zes Nederlandse F-16's mogen geen gronddoelen aanvallen. In feite komen ze alleen in actie indien een Libisch vliegtuig een NAVO-toestel aanpakt. Daar is geen sprake van. Dus je kunt zeggen dat de Nederlanders uitstekend preventief werk verrichten. Maar als je het nuchter bekijkt, is hun inbreng nogal mager.
Zeker omdat de Koninklijke Luchtmacht een reputatie hoog te houden heeft. Bij eerdere internationale acties bijvoorbeeld Kosovo 1999, vlogen de Nederlanders in het voorste gelid. De Nederlandse F-16's zijn in technologisch opzicht nog altijd up-to-date. De NAVO heeft grote behoefte aan toestellen die precieze bombardementen kunnen uitvoeren.
Apenrots
In Haagse kringen geldt Defensieminister Hans Hillen (CDA) als terughoudend wanneer het om Libië gaat. VVD-collega Uri Rosenthal van Buitenlandse Zaken is meer geneigd tot uitbreiding van de missie. Dit is de traditionele rolverdeling tussen de 'ijzerwinkel' (Defensie) en de 'apenrots' (Buitenlandse Zaken).
Dat is ook het verschil tussen de politicus met een scherp oog voor de parlementaire verhoudingen en de bewindsman die op het Binnenhof een betrekkelijke nieuwkomer is. In dit geval heeft Rosenthal gelijk. Het heeft weinig zin vliegtuigen te sturen die voor spek en bonen meedoen aan een opdracht. Dat is niet oorlogszuchtig omdat het hier gaat om een missie die langdurig bloedvergieten moet voorkomen.