door
Michiel Dijkstra
22 jul 2011
Papandreou, Van Rompuy en Barroso schudden elkaar de hand na het sluiten van het akkoord
Goed dat er een plan is voor het noodlijdende Griekenland. Maar het voorstel is halfslachtig. De banken komen er te licht van af
Het is eindelijk zover: in het nieuwe reddingsplan voor Griekenland accepteren Europese leiders dat het land zijn schulden niet kan afbetalen. Ja, Griekenland gaat failliet. Dat besef was nodig om het land te redden.
Ferme kostenpost
Het Internationaal Monetair Fonds (IMF) en de eurozone lenen nog eens 109 miljard aan Griekenland, bovenop een eerder pakket van 110 miljard euro. Daarnaast mag Griekenland voortaan goedkoop lenen van Europa – tegen een rente van 3,5 procent. Dat is voor Europa een ferme kostenpost.
Banken en andere private investeerders schelden daarnaast 20 procent van de door hen aan Griekenland verstrekte leningen kwijt.
Daarmee krijgt Nederland zijn zin: de banken betalen mee aan de redding van Griekenland. De private sector, voor een goed deel verantwoordelijk voor de huidige crisis, moet boeten.
Kleine schuldreductie
Maar betalen de banken niet te weinig? Met de huidige afwaardering daalt de schuld van Griekenland wel iets, maar niet heel veel. De banken betalen 50 miljard euro, 15 procent van de totale schuld van 350 miljard euro.
Griekenland is echter nog niet uit de problemen. Het is onzeker of de staatsschuld voldoende daalt om een definitieve oplossing voor het kwakkelende land te forceren. Daarvoor zouden de banken veel meer moeten kwijtschelden – misschien wel 50 procent.
De huidige oplossing, waarbij Europa Griekenland gedeeltelijk failliet laat gaan, creëerde – hoe dramatiscn ook – een kans om Griekenland in één keer uit het slop te trekken. Maar die kans wordt maar half benut. En zo kan het ons uiteindelijk nog veel meer gaan kosten.