door
Syp Wynia
29 jul 2011
Cyprus, met zijn communistische president, is de volgende probleemkandidaat
Italië en Spanje betalen weer net zoveel rente voor hun staatsschulden als voorafgaand aan de Eurotop van een week geleden. Die top loste dus niets op. Sterker nog: die maakte het erger, door een al te comfortabele schuldhulpverlening in het leven te roepen. Inmiddels heeft ook Cyprus zich aangesloten bij het rijtje probleemlanden
De eurocrisis is terug van nooit weggeweest. Nog maar een week geleden kwamen de leiders van de eurozone opgewekt uit hun spoedoverleg. Die bijeenkomst was belegd omdat geldverstrekkers steeds hogere rentes vroegen voor de torenhoge Italiaanse staatsschuld.
Maar gisteren moest Italiaanse staat weer net zoveel rente (bijna 6 procent) betalen voor nieuwe staatsleningen als voorafgaand aan de eurotop.
Minilandje
Die Eurotop, waar premier Mark Rutte en de andere leiders van de zestien eurolanden zo opgewekt en opgelucht vandaan kwamen, heeft dus helemaal niet geholpen. Na Griekenland, Ierland en Portugal en de probleemkandidaten Italië en Spanje heeft zich nu bovendien ook Cyprus als volgende probleemkandidaat gemeld.
Het minilandje - met een communistische president - heeft net als Ierland verhoudingsgewijs een veel te grote financiële sector met te veel belangen in het feitelijk failliete Griekenland, en verkeert bovendien in een politieke crisis.
De belangrijkste aanleiding voor de hoge prijs die voor de Italiaanse staatsschuld wordt gevraagd, is dat geldvertrekkers aannemen dat Italië de komende jaren onvoldoende gaat saneren en hervormen. Dat wantrouwen is terecht. Al was het maar omdat achtereenvolgende Italiaanse regeringen voornamelijk cosmetisch saneerden.
Op eigen houtje
Maar dat is niet het enige. De euro-leiders spraken een week geleden af dat Griekenland en andere probleemlanden vanaf nu nauwelijks meer hoeven te betalen dan Duitsland voor zijn eigen leningen op de markt betaalt. Die hulpfondsen mogen bovendien op eigen houtje geld uitlenen aan probleemlanden, nog voordat de problemen uit de hand lopen.
Dat is natuurlijk de kat op het spek binden. Waarom zou een land als Italië over zijn staatsschuld van 1.900 miljard euro vrijwillig bijna 6 procent rente betalen als bij Europa’s schuldhulpverleningsbank maar 3,5 procent betaald hoeft te worden? Zo’n hulpbank biedt een premie voor wanbeleid. En dus zal Italië wederom niet saneren en hervormen. Bij wanbeleid wordt het land zelfs beloond.
Economen noemen dat moral hazard: de gedragseffecten die optreden als mensen – of, in dit geval, landen – worden geholpen. Wie geholpen wordt, doet minder moeite om op eigen benen te staan, omdat de ervaring leert dat ‘ie toch wel weer wordt geholpen. Afhankelijkheid leidt tot voortgezette afhankelijkheid.
Gevaar
Wat vaak over het hoofd wordt gezien, is dat bovendien het gevaar bestaat dat de instellingen die leven van de afhankelijkheid de hulpstroom willen continueren. Dat gebeurde in ons eigen uitkeringenland, dat gebeurt met de ontwikkelingshulp en dat gebeurt in Europa.
De Europese Commissie en het Europees Parlement juichten eerder al bij de gedachte dat de eurocrisis tot meer Europa leidt. Er zijn nu hulpfondsen in het leven geroepen die toegevoegd kunnen worden aan het rijtje bureaucratieën dat uit eigenbelang voortgaat om Europa’s hulpsysteem in stand te houden en te laten uitdijen.
Daar gaan we dus heen, na die zo bejubelde eurotop: een Europese verzorgingsstaat voor landen, banken en burgers die afhankelijk worden en zich afhankelijk gedragen, verzorgd door instituties die er van leven. En betaald door een minderheid die niet alleen zichzelf redt maar ook geacht wordt anderen blijvend te redden. Tot de wal het schip keert, natuurlijk.