Alcohol is geen geschikte biobrandstof voor Nederlanders
Ik ben weer even terug in Brazilië. 32 jaar nadat ik er voor het eerst was, en nog voor hetzelfde onderwerp ook: alcohol uit suikerriet. Nee, niet het sterke spul dat ze in caipirinha stoppen maar het sterke spul dat ze in de tank stoppen.
Alcoholprogramma
In 1979 was ik als jonge journalist hier om een serie reportages te maken over het Proalcool programma zoals dat toen werd genoemd. We hadden net twee oliecrises gehad en Brazilië had een manier ontdekt om onafhankelijk van aardolie te worden.
Op weg naar São Paolo heb ik een paar dagen geleden die verhalen (13, 14 en 17 juli, in NRC Handelsblad) weer doorgelezen. Dat was in diverse opzichten amusant (allemachtig, wat was ik toen serieus) maar het meest interessant is om de situatie van toen te vergelijken met die van nu. Daar gaat ie.
1. Allereerst is uitgekomen wat de Braziliaanse regering toen wilde. In 1979 produceerde het land vier miljard liter alcohol als motorbrandstof en dat moest naar 10 miljard. Welnu, Brazilie zit nu ergens op 25 miljard. Dat betekent dat een substantieel deel van de motorbrandstof (60 miljard liter per jaar) vervangen is door brandstof die door zonlicht is gemaakt (via de omweg van suikerriet). Het land is daardoor minder afhankelijk van olie, bespaart buitenlandse valuta en is nog groen en duurzaam bezig ook.
2. Wat dat laatste betreft, er is twijfel of biobrandstof wel echt groen, duurzaam en ethisch verantwoord is. Want er worden kunstmest en pesticiden gebruikt, en daar is olie voor nodig, al dat suikerriet en die alcohol moeten per vrachtwagen worden getransporteerd, het land moet worden bewerkt met grote machines en daar is allemaal olie voor nodig.
Bovendien zou het kweken van suikerriet ofwel direct ofwel indirect een aanslag doen op het regenwoud en tenslotte zou het onethisch zijn: om voedsel te gebruiken als brandstof terwijl een miljard mensen honger lijden.
3. Welnu, dat mag voor veel soorten biobrandstof gelden maar niet voor Braziliaanse bioalcohol. In de eerste plaats omdat de opbrengst indrukwekkend is: tussen de zevenduizend en achtduizend liter per hectare. Dat is twee maal zoveel als de opbrengst van maisalcohol in de VS en bijna viermaal de opbrangst van graanalcohol in Zweden. Door die hoge opbrengst (met dank aan de Braziliaanse zon) is het proces efficiënt en dus groen en duurzaam.
En wat de Amazone betreft, het suikerriet groeit in het zuiden, drieduizend kilometer van het regenwoud vandaan. Er is hier bovendien nog zoveel braakliggende landbouwgrond over dat er ook geen indirecte verdringing is. Zoals een suikerboer tegen me zei: 'Als in Lissabon een boer zijn land kwijt raakt, gaat hij toch ook niet verhuizen naar Moskou, drieduizend kilometer verder, om daar te boeren?' Dat klinkt logisch, toch?
4. Het is dan ook begrijpelijk dat een concern als Shell onlangs uit de wind- en zonne-energie is gestapt en in de Braziliaanse alcohol is gegaan. Suikerrietalcohol is juist omdat het zo efficiënt is, vooralsnog veel groener en duurzamer dan windenergie en zonne-energie.
5. Hoe aantrekkelijk het Braziliaanse programma ook is, wij hebben er niet zoveel aan. Alleen hier is het klimaat droog en zonnig genoeg voor suikerriet. Het beste gewas dat wij kunnen verbouwen voor biobrandstof is suikerbiet maar dat haalt de opbrengsten van suikerriet niet en bovendien hebben wij niet veel landbouwgrond over.
Importeren van Braziliaanse alcohol zal ons ook niet erg helpen. Het land wil alles op alles zetten om de helft van zijn eigen benzine door alcohol te vervangen en zal misschien wel een beetje exporteren naar Europa en Amerika, voor de valuta, maar dat zal voor ons nooit zoden aan de dijk zetten.
6. Met andere woorden, een prachtig idee om zonlicht (met hulp van een plant, een gistcel en een destilleerkolom) om te zetten in motorbrandstof. Prachtig voor Brazilië, mooi voor de planeet, maar wij hebben er niet veel aan. Wij zullen onze eigen weg moeten vinden.