Oppositieleiders kissebisten vooral over details tijdens het debat over de euro
Terwijl de toekomst van Nederland op het spel staat, speelt de oppositie wrokkige spelletjes met de premier. Waarom laat Job Cohen Mark Rutte geen streep trekken in Europa: tot hier en niet verder?
Vandaag is het vier weken geleden dat de zeventien regeringsleiders van de eurozone nog eens 250 miljard euro uittrokken voor Griekenland, wat het totaal aan eurosteun voor dat land in de buurt van de 400 miljard brengt, inclusief de steun van de Europese Centrale Bank.
Dat is niet alleen onwaarschijnlijk veel geld, maar het heeft ook nog eens helemaal niet geholpen: Italië en Spanje bleven onder vuur liggen.
Kissebissen
Gisteren vergaderde de Tweede Kamer eindelijk in een plenaire zitting over de afspraken van die eurotop. En wat deed de Kamer? Kissebissen, spijkers op laag water zoeken, sarren en weglopen.
Het was niet te merken dat er dezer dagen keuzes voorliggen die de toekomst van Nederland verregaand bepalen.
Die keuzes luiden: de eurozone laten exploderen, de eurozone tot een soort verzorgingsstaat voor zuidelijke landen maken, gefinancierd door de steeds kleinere rest, of een gecontroleerde exit-strategie voor zwakkere broeders. In Elsevier is betoogd dat het laatste de minst slechte, zo niet de beste oplossing is.
Gram halen
De oppositie - Job Cohen (PvdA), Alexander Pechtold (D66) en Ineke van Gent (GroenLinks) - greep de gelegenheid echter aan om hun gram te halen over het mislopen, ruim een jaar geleden, van hun eigen coalitie met VVD-leider Mark Rutte.
Rutte staat zwak tegenover Cohen, Pechtold en Van Gent, omdat hij ze nodig heeft met zijn huidige eurokoers, waarin hij grosso modo de lijn volgt die Angela Merkel (Duitsland) en Nicolas Sarkozy (Frankrijk) steeds weer met elkaar afspreken.
Het is natuurlijk ook fijn voor deze oppositiepartijen om Rutte een beetje te kunnen sarren en hem voor de dertigste keer door het stof te laten gaan voor zijn knullige rekensom na afloop van de eurotop.
Tenenkrommend
Tegelijkertijd is het tenenkrommend dat de oppositiepartijen er voor kiezen om wrokkige spelletjes te spelen, terwijl de toekomst van Nederland op het spel staat.
Rutte moet voortdurend door het stof, maar hoeft intussen geen enkele helderheid te verschaffen over waar het voor hem ophoudt met het steeds maar weer toegeven aan de Franse president, die als vanouds de Duitse bondskanselier in de tang heeft.
Dat alles leidt tot de voor Nederland desastreuze weg: een eurozone onder Franse leiding, gelegitimeerd door de Duitsers, met jaar in jaar uit miljardentransfers naar mediterrane landen. Een slimmere PvdA dan die van Job Cohen en Ronald Plasterk zou de premier kunnen dwingen paal en perk te stellen. Cohen zou Rutte kunnen dwingen om grenzen te trekken en hem daar aan houden. Maar dat doet de PvdA niet. Die partij speelt liever spelletjes.
Paradoxaal
Hoe paradoxaal het ook klinkt: een verstandige, sterke oppositie van vooral de PvdA zou de onderhandelingspositie van Rutte in Europa versterken.
Er is in de landen die voortdurend de portemonnee moeten trekken alom weerstand tegen de Europese transferstaat-in-wording. Laat Rutte die weerstand organiseren, met steun van een Kamermeerderheid.
Waarom dwingt de PvdA, toch zo gehecht aan de Nederlandse uitkeringen en andere sociale voorzieningen, de premier daar niet toe?