door
Afshin Ellian
12 aug 2011
Rutte toont leiderschap door geen paniek te zaaien
Is er een grote economische crisis op komst? Velen in de westerse wereld worstelen met deze vraag. Maar voordat we tot een antwoord komen, moeten we ons verdiepen in de aard van deze mogelijke crisis. Francesco Guerrera, een redacteur van Wall Street Journal, maakte een vergelijking met de financiële crisis van 2008. Die crisis begon met het faillissement van Lehman Brothers.
Wat we nu meemaken is geen 'Lehman-moment': de omstandigheden zijn anders dan in 2008, ook Guerrera benadrukt de fundamentele verschillen. Toch hebben velen een déjà vu-gevoel.
Gif
De crisis van 2008 begon 'from the bottom up'. De instorting van de huizenmarkt leidde de crisis in. Amerikaanse banken kenden onverantwoorde leningen toe aan burgers die daar in beginsel niet voor aanmerking kwamen. Vervolgens verpakte men deze leningen met allerlei verwante financiële producten. Deze giftige cocktail verkochten ze aan banken en financiële instellingen. Het gif verspreidde zich over de financiële markt, met een omvangrijke crisis als uiteindelijk gevolg.
De banken moesten worden gered, en de overheden hebben dat gedaan. Sommige banken, zoals ING, hebben het grootste deel van hun lening al terugbetaald – in geval van ING aan de Nederlandse overheid. Door de verdamping van geld in de beurzen raakten pensioenfondsen in de problemen. Daarnaast kregen de bouwwereld en de huizenmarkt het moeilijk, omdat banken niet langer bereid zijn bouwprojecten te financieren.
Crisis
Op dit moment hebben we te maken met een ander soort crisis: een 'top-down affair'. Het zijn nu overheden die in een crisis zijn beland. Ze hebben te veel geleend en te veel uitgegeven. In zuidelijke landen is de crisis het gevolg van onverantwoorde overheidsfinanciën.
Maar dit is niet alles. In Italië betaalt bijvoorbeeld een substantieel deel van de middenstand domweg onvoldoende belastingen. Bij de meeste cafés of kleine winkels krijgt de klant geen kassabon; bij veel winkeliers kan men niet pinnen. Op allerlei manieren probeert men wettelijk vastgestelde belastingen te omzeilen.
Corruptie
Ook als gevolg van corruptie zijn de belastingopbrengsten in Zuid-Europa onvoldoende. Criminaliteit, corruptie en gebrek aan controle leiden nu tot omvangrijke statelijke (financiële) crises in zuidelijke gebieden van Europa, die vervolgens door Noordelijke landen moeten worden beschermd. De Euro komt daardoor in de gevarenzone.
Het vertrouwen van consumenten is ook diep gedaald, terwijl bij de vorige crisis de overmoed van (Amerikaanse) consumenten juist een groot probleem vormde. De Amerikanen gaven met hun creditcard te veel geld uit – geld dat ze niet hadden. Nu is het omgekeerd: weinigen willen geld uitgeven. Dit is goed zichtbaar: in Florence zagen we in tegenstelling tot voorgaande jaren veel minder marktactiviteit. De stad is gewoon minder druk. De aarzelende houding van politici bevordert het wantrouwen in de markt en de statelijke instellingen.
Amerika, de staat zelf, is nu het probleem. De Amerikaanse regering heeft zo veel geleend dat een faillissement dreigt. Daarom verlaagde men voor het eerst in de geschiedenis de kredietwaardigheid van de Amerikaanse regering. Het beeld van Amerika als de enige supermacht begint te verdampen, net als de aandelen in de financiële markt. De politici – en niet de bankiers – zijn nu de oorzaak van de problemen. En dat is buitengewoon ernstig.
Besluiteloos
Al in de Oudheid wist men dat de democratie de crises waarbij de politici impopulaire besluiten moeten nemen, moeilijk overleeft. Niemand wil maatregelen nemen die door zijn kiezers niet kunnen worden gewaardeerd. De Amerikaanse president Barack Obama wordt nu reeds als 'president van de afwaardering' gediskwalificeerd. Zijn glans als gevolg van de eliminatie van Osama bin Laden is verdwenen.
Obama wordt opnieuw als besluiteloos gezien. Vanwege zijn ideologische linkse houding is hij niet bereid de pijnlijke bezuinigen aan te kondigen, die voor het herstel van vertrouwen in de Amerikaanse staat noodzakelijk zijn. Ook de Republikeinen zijn bang voor hun aanhang en binnenkort begint de aanloop naar de Amerikaanse presidentsverkiezingen.
Amerikaanse politici kunnen een voorbeeld nemen aan premier Mark Rutte (VVD). Hij ging de verkiezingen in met een impopulaire boodschap over bezuinigingen. Rutte heeft de verkiezingen daarmee zelfs gewonnen. Volgens de oppositie toont hij echter geen leiderschap tijdens de eurocrisis. Onzin.
Leiderschap
Moet Rutte de euro opblazen? Zou kunnen, misschien zelfs met instemming van het Nederlandse volk. Maar willen de Eurofielen van PvdA en D66 dit? Ik denk het niet. Zijn de sociaal-democraten bereid zelf leiderschap te tonen? Zo ja, dan moeten ze niet deelnemen aan allerlei demonstraties tegen de aangekondigde bezuinigingen.
Niet Rutte, maar het Europa van de Eurofielen is een probleem. D66-leider Alexander Pechtold moet zich diep schamen voor de ondemocratische monetaire unie die door zijn voorgangers en geestverwanten is geschapen.
Mark Rutte toont leiderschap door geen paniek te zaaien. Pechtold en Cohen kunnen veel van hem leren van. Het was een hete zomer, politiek gesproken. Wat hierna komt, zal niet snel worden vergeten.