door
Syp Wynia
11 aug 2011
Premier Mark Rutte geeft journalisten uitleg over de eurotop
Mark Rutte en Jan Kees de Jager lijken nog steeds geen idee te hebben over de extra miljardenrisico’s waarmee Nederland drie weken geleden in Brussel werd opgescheept. Die duidelijkheid moet snel komen. Bovendien wordt het tijd een streep te trekken: tot hier en niet verder
Drie weken geleden reisde VVD-premier Mark Rutte af naar de spoedtop over de Eurocrisis. Volgens minister Jan Kees de Jager van Financiën (CDA) zou het nieuwe hulpplan voor Griekenland dat daar werd besproken een kleine 90 miljard euro kunnen omvatten. De inzet van Nederland was om een groot deel van dat bedrag voor rekening van financiële instellingen te laten komen.
Bankenbijdrage
's Avonds laat, na afloop van de bijeenkomst in Brussel, verklaarde Rutte dat het nieuwe hulpbedrag weliswaar 109 miljard euro was geworden, maar dat de banken daaraan 50 miljard zouden bijdragen. Nadien bleek, dat de nieuwe hulplijn voor Griekenland eerder 109 miljard plus 50 miljard voor de banken bedroeg en dat de hulp, doorgetrokken tot 2020, zelfs meer dan 215 miljard euro omvatte.
Plus nog eens een garantiestelling van 35 miljard voor de Europese Centrale Bank. Dat is iets heel anders dan de hooguit 90 miljard waar De Jager het vooraf in de Tweede Kamer over had.
Onduidelijk
Bij een ‘technische briefing’ van de Tweede Kamer door functionarissen van Financiën en De Nederlandsche Bank werd gisteren niet duidelijk hoe het allemaal gekomen is en wat de gevolgen voor Nederland (kunnen) zijn. Er werd vooral duidelijk dat niets duidelijk is.
Wel werd duidelijk dat Rutte zo druk in de weer is geweest – daartoe vooral aangezet door PvdA-kamerlid Ronald Plasterk – met het meebetalen van banken, dat hij minder zicht had op de rest van het Brussels-Griekse kaartenhuis.
Bijdrage?
Intussen is niet duidelijk hoe en of de banken werkelijk meebetalen, of de het Internationale Monetaire Fonds wel zijn gehoopte bijdrage levert, of potentiële probleemlanden wel meebetalen aan gebleken probleemlanden, of het kredietplafond van de Europese hulpfondsen wordt verhoogd en of Rutte en De Jager daar überhaupt aan mee zouden willen werken.
Laat staan dat duidelijk is wat het Nederland allemaal kan gaan kosten en welke gevolgen dat weer heeft voor de kredietwaardigheid van Nederland zelf.
Keerpunt
Volgende week moeten Rutte en De Jager zich dan alsnog zelf verantwoorden in de Tweede Kamer. Maar daar kan het niet bij blijven. Voor een land als Nederland, maar dat geldt minstens evenzeer voor een land als Duitsland, is het keerpunt bereikt.
De neiging bestaat om steeds maar door te gaan met dure pleisters te plakken op doodzieke euro-patiënten en daarenboven ook nog steeds maar nieuwe bevoegdheden naar Brussel of Frankfurt over te hevelen.
Het is nu de hoogste tijd om die ingeslagen weg te heroverwegen. Landen als Griekenland en Portugal, maar ook Italië en Spanje, worden niet geholpen door hun problemen te verspreiden over een steeds kleinere groep van - tot dusver nog - volledig kredietwaardige eurolanden.
Het wordt de hoogste tijd dat Mark Rutte wat dat betreft volledige helderheid verschaft. Niet alleen over de nieuwe miljardenrisico’s waarmee Nederland en de Nederlanders in Brussel zijn opgescheept. Maar ook over de koers die Rutte verder wenst te bewandelen in euroland.