Aleid Wolfsen is misschien wel gekozen, maar hij heeft weinig draagvlak
Het is tegelijkertijd grappig en vreemd. In de Volkskrant van dinsdag maakte de Nijmeegse burgemeester Thom de Graaf (D66) zich druk over de toekomst van de monarchie. Dit terwijl er alle reden is om zich druk te maken over – wat dichter bij huis - de toekomst van zijn eigen ambt.
Nu heeft hij met die laatste thematiek als minister natuurlijk minder prettige ervaringen opgedaan, maar de rest van bestuurlijk Nederland houdt zich eveneens angstvallig stil.
Burgemeesters
Intussen ligt burgemeester Aleid Wolfsen (PvdA) van Utrecht volop onder vuur. Burgemeester Wilma Verver (VVD) van Schiedam heeft het veld al moeten ruimen. De Goudse PvdA-burgervader Wim Cornelis gaat ermee stoppen; wegens onvermogen niet geprolongeerd.
En CDA'er Gerd Leers is al een tijdje niet langer de eerste burger van Maastricht. Zijn dit nu allemaal op zichzelf staande incidenten en gevallen of is er een verstrekkender patroon zichtbaar? Is er sprake van betonrot in het ambt van burgemeester?
Oud ijzer
Wolfsen kende een slechte start. De Utrechtenaren konden kiezen tussen lood en oud ijzer, als het maar PvdA was. Een electorale fopspeen.
Vervolgens liet Wolfsen, wat onhandig, een plaatselijk krantje niet verschijnen, wegens een kritisch stukje over hem.
Nu liggen er bananenschillen op zijn weg in de vorm van weggetreiterde homo’s, die hij niet adequaat hielp. Een asociale familie hielp hij eerder juist wel. Aan een vrijstaand huis.
Handhaving
Een handhavingprobleem dus, wat ook voor Cornelis geldt. Deze kon het in Gouda naar eigen zeggen toch ook niet helpen dat er vervelende Marokkaanse knaapjes waren die de buurt terroriseerden?
Het ene moment bestond dat probleem volgens hem nog niet; maar toen hij geld van het Rijk kon incasseren ietwat opportunistisch plots weer wel.
Hij eiste op hoge toon ‘smartengeld’ omdat de ‘goede naam’ van Gouda ten onrechte door het slijk zou zijn gehaald. Uniek! Gaande deze chicane verloor zijn eigen naam enigszins aan glans.
Vriendjespolitiek
Een onderzoeksbureau noteerde dat de liberale burgemeester Verver zich schuldig maakte aan intimidatie, belangenverstrengeling en vriendjespolitiek.
Je vraagt je af wat ditzelfde onderzoeksbureau zou hebben gevonden en opgemerkt over de handelswijze van Mariko Peters, mocht ze deze hebben onderzocht, maar dit terzijde.
Over de handel en wandel van de toenmalige zuidelijke burgemeester Leers, inzake een buitenlands vakantiehuisje, rezen ook ook vragen. Die laatste kwestie lijkt overigens veel minder uitgediept.
Veiligheid
Alle verschillen ten spijt, is er in beginsel één centraal probleem: burgers kunnen hun eigen burgemeester, verantwoordelijk voor de belangrijkste portefeuille namelijk veiligheid c.q. leefbaarheid in de directe woonomgeving, niet zelf kiezen.
En als je iemand niet kunt kiezen, voel je je ook niet medeverantwoordelijk voor eventueel falen en feilen in je eigen stad, zo simpel is het.
Er is gewoon geen directe band en die komt zo ook moeilijk tot stand. Burgervaderpraatjes om slechts de eigen positie te beschermen worden dan ronduit ergerlijk. Maar ook de interventies van de gemeenteraad zijn niet onomstreden.
Poldercompromis
De in de discussie ingebrachte soort getrapte verkiezing middels de gemeenteraad, een typisch poldercompromis, brengt hier geen verbetering in. Dit omdat gemeenteraadsleden evengoed – of zelfs nog meer – vreemden zijn voor het volk dat ze geacht worden te vertegenwoordigen, lokale partijen daargelaten.
De bekendheid van raadsleden ligt meestal rond een paar procentpunten. Voorts zit deze dorps- en gemeentepolitiek vol lieden die deze belangrijke bestuurslaag hooguit als opstapje zien om elders carrière te kunnen maken; een soort veredeld studentenuitzendbureau, maar dan wat amateuristisch van opzet.
Fnuikend
Wat fnuikend is, is dat burgemeesters in Nederland veelal onbekende partijgenoten zijn, die vaak geen binding hebben met de burgers en de stad waarvan zij medebestuurder zijn. In Nederland klim je (in de gevestigde partijen althans) op door vooral kleurloos te zijn en je fractie in alles klakkeloos te volgen.
Als burgemeester sta je dan plots volop in het cameralicht en moet je snel en snedig kunnen reageren op allerhande zaken en juist geen duikgedrag vertonen.
Het is alsof de terreinknecht plots moet aanschuiven als toptrainer en zijn verbaal talent moet etaleren bij Johan Derksen en co. Dit punt geldt minder voor Wolfsen, maar in zijn geval maakt een goed Kamerlid nog geen goede, laat staan populaire burgemeester. Maar laten we wel wezen; er zijn in de diverse steden te lande heus wel meer mensen weggepest dan het Utrechtse homostel, schandalig genoeg.
Dadendrang
Tot slot is er de dadendrang onder de onbekende en onbeminde gemeenteraadsleden. Ontwikkelt een burgemeester zich van de weeromstuit wel tot een favoriet onder de bevolking (Leers), dan liggen jaloezie, rancune en kinnesinne op de loer en worden deze fractiegewijs georganiseerd. Die 15 minuten roem zijn dan erg verleidelijk voor een nauwelijks bekende fractievoorzitter in de raad. Oei, het journaal belt!
De functie van burgemeester is te belangrijk om niet ingevuld te worden door de burgers zelf. De burgers kunnen hem dan afrekenen op zijn beleid en prestaties gedurende zijn termijn.
Het wordt tijd dat de partijen deze discussie, die veel belangrijker is dan die over de toekomstige positie van koning Willem, eens opnieuw gaan voeren. En dan maar hopen dat er geen nieuwe dinosaurus als Ed van Thijn de kop opsteekt.