Voordewind: ontkenning genocide moet strafbaar
De rechter heeft gesproken. De grenzen van de vrijheid van meningsuiting zijn in de zaak Geert Wilders duidelijk aangegeven. We dachten daarmee klaar te zijn met de discussie over de vrijheid van meningsuiting. Maar dat is niet het geval. Helaas.
Joël Voordewind van de ChristenUnie wil de opiniedelicten juist uitbreiden. Hij wil dat ontkenning van de Holocaust en de Armeense genocide expliciet strafbaar worden gesteld. Met dit wetsvoorstel kwam de discussie over de vrijheid van meningsuiting weer op gang.
Haat
Wat wil de CU met dit wetsvoorstel bereiken? De partij wil dat artikel 137C van het Wetboek van Strafrecht wordt uitgebreid met de strafbaarstelling van genocide-ontkenning.
Artikel 137C van het Wetboek van Strafrecht behelst de strafbaarstelling van groepsbelediging. Juist dat delict werd Kamerlid Geert Wilders ten laste gelegd. Daarvan werd Wilders vrijgesproken. Ook werd hij vrijgesproken van aanzetten tot haat.
Wat wil de CU, politiek en moreel gezien, bereiken met een uitbreiding van dit opiniedelict? In een interview met de Volkskrant vertelde Voordewind over de motieven: 'Het gaat mij om negationistische uitingen met de uitdrukkelijke bedoeling te kwetsen. Dus het op grievende wijze ontkennen van de Holocaust, of bijvoorbeeld de Armeense volkerenmoord door de Turken in 1915. Daarvoor is nu geen haakje in het strafrecht. Rechters doen daarom allerlei verschillende uitspraken. De toevalligheid moet eruit. Ik wil eenduidigheid.'
Rwanda
En Rwanda, Cambodja, Irak (de gifgasaanval op Halabja), Srebrenica? Wat is genocide-ontkenning? Wanneer is er sprake van genocide?
Dat kan niemand precies aangeven. Want elke discussie over deze landen en gebieden waarin de officiële lezing van overheden geheel of gedeeltelijk in twijfel wordt getrokken, zal tot aangifte leiden. Het Openbaar Ministerie zou dan worden belast met een onderzoek.
De juristen moeten dan gaan uitzoeken of de geuite opinie onder het delict genocide-ontkenning valt. Dit is toch een onmenselijke taak? Het is ook een onmogelijke taak.
Tweede Wereldoorlog
Er is een groot verschil tussen de genocide die de nationaal-socialisten tijdens de Tweede Wereldoorlog hebben gepleegd en alle andere vormen van 'genocide' daarna.
Het ging hier om een uitzonderlijke barbaarse, geïndustrialiseerde en dus tegelijkertijd moderne vorm van genocide op weerloze, ongewapende, onschuldige burgers van Europa. Het is bijzonder omdat het ook nog eens uitputtend is onderzocht.
Er valt niets meer te ontkennen. Er valt slechts een grote stilte. Ook Duitsland en het Duitse volk hebben de volle verantwoordelijkheid aanvaard voor de Shoa.
Toedracht
Alle andere gevallen van genocide staan nog open voor onderzoek naar de toedracht en de omvang. De morele en juridische verantwoordelijkheid is soms nog een open boek.
Begrijp me niet verkeerd: hier wordt het leed dat de mensen werd aangedaan, niet met elkaar vergeleken. Elke lijdensweg is uniek en bergt vele woorden over pijn, vernedering en vernietiging.
Wie de gruwelijkheden van de Tweede Wereldoorlog ontkent, is echt aan morele heropvoeding toe. De herinnering aan de Holocaust kan nooit en te nimmer door het Wetboek van Strafrecht worden beschermd. Wie het strafrecht inzet om de herinnering aan de Holocaust te beschermen, toont de onmacht van een cultuur en een samenleving in de omgang met dat misdadige verleden. Deze onmacht is pas beangstigend.
Geheugen
Het Wetboek van Strafrecht kan de morele onmacht van een samenleving bij het herdenken van dit uitzonderlijk tragische moment niet wegnemen. Het Wetboek van Strafrecht kan ons collectief geweten en geheugen niet vervangen. De herinnering aan een genocide, dus ook de Holocaust, kan slechts door een gewetensvolle samenleving worden beschermd en behoed.
Dat sommige jonge moslims in Nederland of de machthebbers van Iran de Holocaust ontkennen, onthult slechts de problematische relatie tussen islam en Jodendom.
Het antisemitisme is al lang geïslamiseerd. Dit kan het Wetboek van Strafrecht bestrijden noch wegnemen. Het strafrecht kan het gekwetste geweten van een natie niet beschermen. En opiniedelicten moeten juist worden beperkt.