door
Carla Joosten
30 jan 2012
Rutte voorafgaand aan de top
De Europese crisis krijgt trekjes van een komedie. Eentje waarin menig land denkt dat het de beste van allemaal is. Eerst was er de Duitse politicus die vond dat de andere lidstaten de economische politiek van Duitsland moesten volgen: Europa spricht Deutsch.
Premier Mark Rutte zei bij aankomst op de eurotop in Brussel iets soortgelijks: Europa moet intelligente bezuinigingen doorvoeren zoals Nederland dat doet.
Maar in werkelijkheid gaat het allemaal wat minder soepel in de Europese Unie met zijn 27 landen en zijn 27 culturen. En dus besloten de regeringsleiders tot vage afspraken om de werkloosheid te bestrijden.
Zo moeten de verschillende arbeidsmarkten worden hervormd, want die werken in de meeste landen niet soepel. Voor Nederland zou het tot hervorming van het ontslagrecht moeten leiden, maar dat is een taboe uit het gedoog- en Regeerakkoord. Maar er wordt natuurlijk niet over zoiets concreets gerept.
En daarom blijft het bij vrome woorden over banenplannen, wat in Nederland herinneringen oproept aan de tijd dat de werkloosheid echt groot was. En dat is gelukkig alweer lang geleden.
Sterker: de werkgelegenheid in Nederland behoort tot de hoogste van de Unie. Bijna de helft van de jongeren in Spanje en Griekenland is werkloos. In Nederland is de werkloosheid onder jongeren het laagst van de hele EU.
Fondsen
Om de problemen elders te tackelen is een reeks afspraken gemaakt, zoals het opheffen van beperkingen om toe te treden tot beroepsgroepen en het inzetten van bestaande Europese fondsen voor werkgelegenheid. Ook van de Europese Investerings Bank worden wonderen verwacht: maar dat vergt wel ondernemers die wat willen en daarvoor leningen kunnen krijgen.
Grensoverschrijdende arbeidsmobiliteit zal worden aangemoedigd, maar die aanmoediging hebben veel Zuid-Europese jongeren gezien hun trek naar het noorden al niet meer nodig.
Nogal gratuit klinken de afspraken om de interne markt beter te laten functioneren, bijvoorbeeld door de barrières voor internationale handel via internet weg te halen. Dat is niet een-twee-drie te realiseren.
Patent
Dat de urgentie minder groot is dan de plechtige verklaringen doen denken, blijkt wel uit de afspraak dat de laatste hindernissen voor een Europees patent in juli moeten zijn opgeruimd: na veertig jaar hebben de lidstaten nog eens een half jaar nodig om de ruzie met elkaar uit te vechten over de vraag welk land het geschillenbureau krijgt.
Het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk en Duitsland zijn in de race - en kennelijk niet van plan de strijd snel te beslechten.
Zo blijkt maar weer: in de Europese Unie is het ieder voor zich en God voor ons allen.