door
Gerlof Leistra
30 jan 2012
De Amsterdamse Hells Angels moeten hun clubhuis verlaten
Eindelijk is het besef doorgedrongen dat een gezamenlijke aanpak van motorclubs kans van slagen heeft. Motorbendes moeten zich niet langer onaantastbaar wanen
Goede zaak dat nu ook minister Ivo Opstelten (VVD) van Veiligheid en Justitie motorbendes de oorlog verklaart. Politie, Openbaar Ministerie (OM) en gemeenten kunnen die steun gebruiken.
Met vallen en opstaan zijn zij al een tijd bezig Hells Angels en Satudarah – de twee grootste motorclubs – het leven zuur te maken.
Een totaal verbod ligt juridisch ingewikkeld. Leden van motorclubs maken zich schuldig aan moord, drugshandel en afpersing. Maar daarmee zijn het nog geen criminele clubs. Het recht op vereniging is een grondrecht.
Geklungel
Een poging om de Hells Angels te verbieden, ging door geklungel van het OM in 2007 de mist in. De rechter verklaarde justitie niet-ontvankelijk omdat tegen de regels tapgesprekken tussen Angels en hun advocaat niet waren vernietigd.
Het OM ging niet in beroep en verspeelde zo het recht op vervolging. Het was beter geweest de zaak voor te leggen aan het Hof.
De Angels legden de uitspraak uit als een vrijbrief om hun veelal criminele activiteiten voort te zetten. Maar vooral de gemeente Amsterdam gaf de strijd niet op en kreeg het voor elkaar de hoofdstedelijke afdeling uit haar clubhuis te krijgen. Vandaag moet de motorclub de poort sluiten. Met hun ‘afkoopsom’ van vier ton staan ze wel mooi op straat.
Overvleugeld
Inmiddels zijn de Hells Angels overvleugeld door Satudarah. Al tijden hangt er een conflict tussen beide clubs in de lucht. Maar ook Satudarah ligt onder vuur van politie en gemeenten.
Eindelijk is het besef doorgedrongen dat alleen een gezamenlijke aanpak van de motorclubs kans van slagen heeft.
Amsterdam biedt zijn kennis en ervaring aan. Een verbod is voorlopig een illusie. Maar het is al heel wat als de clubs zich niet langer onaantastbaar wanen en beseffen dat ze zich maar beter aan de wet kunnen houden.