door
Robert Stiphout
20 jan 2012
Het aantal Oost-Europenanen in de bijstand neemt sneller toe dan het aantal autochtone
Het plan van staatssecretaris De Krom moet Oost-Europeanen uit de bijstand houden. Het is te hopen dat hij zijn voorstel snel langs 'Brussel' loodst
Veertig jaar te laat, maar nu lijkt het er dan eindelijk van te komen. Staatssecretaris Paul de Krom (VVD, Sociale Zaken) komt met een wetsvoorstel waarmee het beheersen van de Nederlandse taal verplicht wordt voor het krijgen van bijstand.
Zijn wetsvoorstel is veel te laat om het bovenmatige beroep van vooral Turkse en Marokkaanse gastarbeiders en hun familieleden op de bijstand te voorkomen. Maar hopelijk kan De Krom zo wel voorkomen dat een nieuwe golf gastarbeiders, dit keer uit Oost-Europa, in het Nederlandse sociale vangnet belandt.
Werk
Oost-Europeanen in Nederland zijn veelal werkzaam in kwetsbare beroepen en komen nu, mede door de economische crisis, in de bijstand terecht. Het aantal Oost-Europese bijstandstrekkers neemt dan ook sneller toe dan het aantal autochtone.
Nu doen zo’n drieduizend Oost-Europeanen een beroep op de bijstand. Na een jaar werken hebben werknemers uit andere lidstaden van de Europese Unie recht op de uitkering. De taaleis moet er voor zorgen dat ze minder gemakkelijk in de bijstand komen en door het beheersen van het Nederlands weer sneller werk vinden.
Straatarm
Maar er schuilt nog een Europees addertje onder het gras. Volgens de Europese Commissie wil vrij verkeer van werknemers ook zeggen dat Nederland geen discriminerende eisen mag stellen aan werknemers uit andere lidstaten. Dat geldt dus ook voor de taaleis en het kabinetsplan om burgers uit andere EU-landen niet na een jaar, maar pas naar vijf jaar werken toegang tot de bijstand te geven.
De Krom moet daarom als de wiedeweerga de Europese Unie meekrijgen voor zijn plannen. In elk geval voor 2014 als het vrij verkeer van werknemers ook gaat gelden voor de straatarme EU-landen Roemenië en Bulgarije.