door
Jean Dohmen
17 okt 2012
Huizenprijzen staan onder druk, morrelen aan de renteaftrek is onverstandig
Het is goed als de hoge Nederlandse belastingtarieven worden verlaagd. Maar het moet geen sigaar uit eigen doos zijn
Met een toptarief van 52 procent bij de inkomstenbelasting behoort Nederland sinds jaar en dag tot de mondiale top. De fiscus brengt dat tarief al in rekening vanaf een belastbaar inkomen vanaf 56.491 euro.
Vanuit dat perspectief zijn de voorstellen van de commissie die het kabinet adviseert over een herziening van het belastingstelsel welkom. De commissie wil het toptarief verlagen naar 49 procent. Burgers hoeven het pas te betalen vanaf een inkomen van 62.500 euro.
Voordelen
Dat klinkt mooi, ware het niet dat de belastingbetalers de verlaging van het toptarief zelf moeten betalen. In ruil voor een lager toptarief schrapt en vermindert de commissie fiscale voordelen, zoals de populaire aftrek van hypotheekrente.
Morrelen aan de renteaftrek is onverstandig in een tijd waarin de huizenprijzen al fors onder druk staan. Door een beperking van de aftrek zullen huizenprijzen verder dalen. Bovendien raakt beperking van de aftrek alleen huiseigenaren, terwijl ook huurders profiteren van lagere tarieven.
Crisistijd
Het is bovendien geen verstandig idee om het belastingstelsel in crisistijd ingrijpend te herzien. Er is geen enkele garantie dat politici de opbrengst van een beperking van aftrekposten teruggeven in de vorm van lagere belastingtarieven.
De gebeurtenissen eerder dit jaar zijn een teken aan de wand: om het tekort op de begroting te verkleinen, koos de Tweede Kamer massaal voor lastenverzwaringen in plaats van het snijden in de overheid zelf.
Als dat het perspectief is, kunnen de plannen voorlopig maar beter in een la blijven liggen.