door
Afshin Ellian
24 okt 2012
Joodse organisatie zijn boos over een monument in Geffen
Het aantal incidenten rond de herdenking van de Tweede Wereldoorlog neemt toe. Het zijn zelfs geen incidenten meer, er valt een patroon in te herkennen. Kennelijk zijn de politiek-morele normen ten aanzien van de Tweede Wereldoorlog aan het veranderen. En ook de cultuur verandert.
Wellicht is het relativisme de belangrijkste oorzaak van de veranderende houding jegens de daders en slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog. Niet alle vormen van relativisme zijn onwenselijk of gevaarlijk voor een cultuur.
Maar wie historische feiten en normen wil relativeren, relativeert de basisbeginselen van de politieke moraal. En dat is gevaarlijk voor een natie.
Voorstellingsvermogen
Federatief Joods Nederland (FJN) en het Centraal Joods Overleg (CJO) hebben de joodse slager in Geffen geholpen bij zijn protest tegen de komst van een nieuw herdenkingsmonument in het dorp. Daarop zouden ook de namen van Duitse militairen staan, die in de oorlog in Geffen zijn gesneuveld.
De joodse slager moest tolereren dat de namen van zijn voorouders naast de namen van Hitlers militairen zouden staan en dat elk jaar beide groepen tegelijk zouden worden herdacht. Het gaat mijn voorstellingsvermogen te boven. En het uwe?
Deze manier van herdenken impliceert dat ook in Berlijn de namen van Himmler en Hirsch naast elkaar zouden kunnen staan, terwijl de Duitsers de slachtoffers van de nazi’s zouden herdenken.
Geen ruzie
Burgemeester Roel Augusteijn (CDA) en wethouder Rini van de Ven (CDA) van de gemeente Maasdonk, waaronder Geffen valt, begrepen pas na de commotie dat hun herdenkingsideaal niet echt koosjer is. Maar dat ging niet vanzelf. Terecht stelde de Joodse organisatie CJO: 'Het bij elkaar brengen van de daders van de gruwelen van de Tweede Wereldoorlog en de slachtoffers daarvan, doet groot onrecht aan degenen die slachtoffer waren van een moordzuchtig regime en hen die het kwaad bestreden'.
De wethouder verdedigde zijn bizarre herdenkingsideaal met een beroep op verzoening. Verzoening? Met wie? Waarover? Waarom nu? Nederlanders hebben geen ruzie met Duitsers. En Duitsers hebben evenmin een probleem met Nederlanders. Wat bedoelt de wethouder met verzoening?
Ieder mens beschikt over het vermogen tot verzoenen. Als mensen niet tot verzoening in staat zouden zijn, zouden ze in een eeuwige oorlog of in een eeuwig conflict terechtkomen. Mensen die geestelijk niet echt in orde zijn, verlangen naar eeuwige conflicten en ruzies. Voor hen is er de psychiatrie.
Te laat
Maar verzoening als politiek fenomeen is iets geheel anders dan verzoening tussen twee individuen of binnen kleine private gemeenschappen. Er is nooit sprake van verzoening tussen het politieke kwaad en tegenstander daarvan.
Het nazisme met zijn leger en andere gewapende eenheden behoort tot het politieke kwaad. De nazi's zijn er niet meer, ze zijn verslagen. Wie nog verzoening met met nazisme wil, is rijkelijk laat: de tijd daarvoor was tussen 1933-1937.
Ook zij die het nazisme hebben gediend en tegenstanders hebben gedood, bedreigd of onderdrukt, zullen in die hoedanigheid niet in aanmerking komen voor verzoening. Daarvoor moet de ander worden vergeven.
Auschwitz
Deze vergevingsbevoegdheid (of de macht) ten aanzien van het nazisme komt de burgemeester, de wethouder, en eigenlijk niemand toe. Niemand kan en mag namens de vermoorde joden en de gevallen verzetsstrijders - of de gewone burgers - de nazi-dienaren vergeven.
Er is ook nooit verzoening geweest met de SS of de Wehrmacht van nazi-Duitsland. Maar de Duitse burgers in het democratische Duitsland moesten worden verzoend met andere Europeanen. En dat gebeurde ook.
Toen bondskanselier Willy Brandt in Auschwitz knielde voor de slachtoffers van nazi-Duitsland, begon het verzoeningsproces tussen de volkeren. Maar is hieraan anno 2012 behoefte? Nee, die behoefte aan verzoening met burgers van het nieuwe Duitsland bestaat niet - in elk geval niet in Nederland.
Mateloze creativiteit
Wij hebben behoefte aan herdenking en herinnering. Nederland moet nooit vergeten wat hier met Joden gebeurde. Dat moeten we blijven herdenken en herinneren. Ook moet Nederland nooit vergeten dat er dappere mannen en vrouwen waren die zich tegen het nazisme hebben verzet.
Meneer de wethouder, u hebt de morele en politieke taak om de bittere strijd tegen het nazisme en de prijs die de mensheid heeft moeten betalen voor de vrijheid, te herdenken en te herinneren. Deze zaken kunnen vanuit het gezichtspunt van de politieke moraal niet worden gerelativeerd.
Wellicht is de tijd aangebroken dat de centrale overheid de mateloze creativiteit en onbezonnen activiteit van lagere overheden aangaande de herdenking een halt toeroept.