door
Rik Kuethe
9 okt 2012
Martin Luther King bij de March on Washington
Deze tekst is uitgesproken op Elseviers Amerikaanse Verkiezingsavond 'Rode Hoed', Amsterdam, 8 oktober 2012
Ik heb een breekbaar hart. Daar kan ik niets aan doen. Daar ben ik mee geboren, zoals anderen met een eierschedel.
Het hoeft dus geen verbazing te wekken dat ik op mijn eerste overtocht naar Amerika op de 'Grote Beer' pardoes verliefd werd op een zekere Sharon O'Connell. Het was augustus 1963. Sharon, met die winnende combinatie van zwart haar en blauwe ogen, had een jaar in Grenoble gestudeerd en was op de terugreis naar huis.'s Avonds klommen wij vaak schielijk in een reddingsboot en lagen dan knap ongemakkelijk, bij het gitaarspel van Andrés Segovia, naar de echte Grote Beer in de Melkweg te turen.
Ik ondernam die reis met mijn lievelingszuster Sandra. Dan maak je echt veel meer mee dan wanneer je met een dode schrijver zoals John Steinbeck op pad gaat.
March on Washington
Op de kade in Hoboken, vroeg Sharon ons enkele dagen te komen logeren in het huis van haar ouders in Bethesda bij Washington. Voor mij was elke dag langer in de buurt van Sharon pure winst en Sandra maakte grootmoedig als altijd geen bezwaar.
Bij de O'Connels thuis verliep alles buitengewoon braaf. De meisjes sliepen boven, ik beneden in een slaapzak. Op het scherm van het televisietoestel had Sharons jongste broertje met lipstick de woorden 'Life is But a Dream' geschreven. Een kleine Martin Luther King. Ik vond dat overigens maar een droevige 'Weltanschauung' voor zo'n kereltje.
Sharon, die links in de Democratische partij stond, vroeg of wij zin hadden om op 28 augustus mee te lopen in de "March on Washington". Dat hadden we zeker, al hadden we geen flauwe notie waar die Mars over ging. Sharon legde uit dat dit een massale noodkreet moest worden waarmee de zwarten en hun blanke medestanders president Kennedy wilden dwingen tot handelen op het terrein van de burgerrechten. De Baptisten-predikant Dr. Martin Luther King jr (van wie wij vagelijk hadden gehoord) zou de laatste spreker zijn.
Lincoln Memorial
Die 28ste augustus vielen de mussen van het dak. Doordat er zo'n kwart miljoen mensen op de been was, kostte het ons uren om de trappen van het Lincoln Memorial te bereiken. Die plek was geen willekeurige keuze geweest. Uit het blankste marmer gehouwen, keek de grote emancipator van de slaven neer op de massa die zich aan zijn voeten en langs de boorden van de Spiegelvijver had neergevleid.
Vol bewondering zagen mijn verliefde kalfsogen hoe Sharon zich moeiteloos onderhield met een groepje zwarte sportlieden uit Alabama. Die staat met de beruchte George Wallace als gouverneur, was een bastion van de rassenhaat.
Voor ons stond een boomlange neger uit Detroit met vier dochters die allemaal een roze strik in het haar droegen. Zelfs toen al maakte dat een vertederende ouderwetse indruk.
I have a Dream
Na een eerbetoon aan Lincoln, begint King zo. 'We have come here today to dramatize our shameful condition.'
'Yes, we have,' schreeuwt de man uit Detroit.
'Amerika heeft de negerbevolking een valse cheque gegeven, maar wij weigeren te geloven dat de bank der rechtvaardigheid bankroet is,' dondert de dominee. Zijn stem klinkt als een orgel waarvan hij alle registers bespeelt.
En dan komt King met een corso van dromen. 'I have a dream that one day om the red hills of Georgia sons of former slaves and the sons of former slaveowners will sit down together at the table of brotherhood.... I have a dream.'
De poging om het na te doen voelt als heiligschennis en hoogmoed tegelijk. King situeert veel van zijn droomgezichten op plekken met evocatieve namen, zoals die Rode Heuvels van Georgia. Daar wordt 'de ballingschap van de Amerikaanse neger in eigen land' het sterkst gevoeld.
De man uit Detroit huilt, zijn dochters jengelen om een ijsje.
Moord Kennedy
Eind november van dat jaar, al maanden terug in Leiden, kreeg ik een brief van Sharon. Daarin kwam ze nog uitgebreid terug op de dag van de Mars. Ze was inmiddels inval-lerares Frans op een overwegend blanke school in Birmingham, Alabama, de staat van George Wallace. Ver weg van Washington en de Mars van 28 augustus, zo bleek.
Het bericht van de moord op de vuige 'burgerrechtenactivist' John Kennedy een week eerder, was in de docentenkamer door haar racistische collegae met hatelijk gejuich ontvangen.