door
Paul Lieben
20 nov 2012
Boris Dittrich pleitte al lang geleden voor grootschalig dna-onderzoek
‘Ik zou me ook nog kunnen voorstellen dat over tien, vijftien jaar, als het tot volle wasdom is gekomen, er misschien al bij de geboorte dna-materiaal wordt afgenomen.’
Van wie is deze uitspraak? Van Geert Wilders? Mis. Van een duister personage uit Brave New World van Aldous Huxley? Nee. Van een familielid van een slachtoffer van een geweldsmisdrijf? Ook niet.
Samenwerking
Het was… Boris Dittrich. Ten tijde van deze uitspraak - in februari 2005 - was hij fractieleider van D66. Dittrich deed zijn - zeker voor iemand van D66 - verrassende uitspraak toen ik hem de zelfverzonnen stelling voorlegde dat van iedereen in Nederland op termijn een dna-profiel beschikbaar dient te zijn.
Ik ging eveneens in op Dittrichs samenwerking met Peter R. de Vries, waarbij de casus Marianne Vaatstra ter sprake kwam: ‘En ook in de zaak van Marianne Vaatstra heb ik in samenwerking met Peter R. de Vries een aantal dingen aangekaart rond dna. Ik heb toen in de politiek bepleit dat in een gemeenschap grootschalig dna-onderzoek mogelijk moet worden gemaakt en toen was iedereen daartegen. Uiteindelijk is die motie wel aangenomen.’
Superactueel
Het interview met Dittrich mag ruim zeven jaar oud zijn; het is plots weer superactueel. Grootschalig dna-onderzoek is er gekomen, ook in de zaak Vaatstra. Dit mede dankzij inspanningen van Peter R. de Vries en Boris Dittrich, zo lijkt het. Ere wie ere toekomt.
Maar ik zou ook graag weten of die ‘postnatale’ dna-databank er snel gaat komen. Een gegevensbank die al bij de geboorte wordt gevuld met erfelijk materiaal en niet alleen met dat van mensen die al een strafblad hebben. Wat vinden de hedendaagse politici hiervan?
En wat vindt u er zelf van? Zitten er onacceptabele gevaren aan of heiligt het opsporingsdoel de middelen?