Spinoza kwam niet veel onder de mensen
Om het begrip te vergroten voor belangrijke denkers uit het verleden worden zij weleens vergeleken met bekende personen uit het hier en nu. Meestal gaan die parallellen nogal mank.
Maar helemaal kant noch wal raakte de vergelijking die de filosoof Han van Ruler afgelopen zomer maakte bij de presentatie van een nieuwe vertaling van de Ethica. De auteur van het wijsgerige meesterwerk, Baruch de Spinoza (1632-1677), zo zei Van Ruler, ‘was de zeventiende-eeuwse versie van Job Cohen. Een multicultureel denker.'
Onverdraagzaamheid
Nu is het al veel eer voor de oud-politicus om hem als ‘denker’ te typeren, maar hem op één lijn stellen met de grootste filosoof uit de vaderlandse geschiedenis is wel buitengewoon mal.
Bovendien was Spinoza zeker geen vertegenwoordiger van het multiculturalisme zoals dat met Cohen wordt geassocieerd. Van het gezellig de boel bij elkaar proberen te houden en het verdoezelen van religieuze tegenstellingen. Spinoza kritiseerde juist godsdienstige onverdraagzaamheid, een onverdraagzaamheid waarvan hij zelf een tragisch slachtoffer was.
Vervloekt
‘Met het oordeel der engelen en de uitspraak der heiligen vervloeken, verbannen, verwensen en verdoemen wij Baruch de Espinoza, met toestemming van de gezegende God.’ Met deze niets aan de verbeelding overlatende woorden werd Spinoza in 1656 in zijn geboortestad Amsterdam verstoten uit de joodse gemeente. ‘Vervloekt zij hij bij dag en vervloekt zij hij bij nacht.’
Wat had de 23-jarige jongeman, afkomstig uit een geslacht van kooplieden, in ’s hemelsnaam misdaan om zulke toorn op te roepen? Vooral: zelfstandig nadenken. Spinoza kwam al vroeg tot de conclusie dat de Thora ‘zozeer de mensengeest verraadt’ dat de heilige schrift van de joden onmogelijk het werk van God kan zijn. Hij geloofde niet in de onsterfelijkheid van de ziel en dichtte zijn volk niet een superieure wijsheid toe.
Controverse
Er zullen wel meer dingen hebben meegespeeld. De met financiële problemen kampende zakenman, die van zijn jong overleden vader een handelshuis en grote schulden had geërfd, was er de persoon niet naar om zich te onderwerpen aan de vele regels van de sefardim, de uit Spanje en Portugal naar het tolerante Nederland uitgeweken joden. En zo werd de onafhankelijke geest die naar eigen zeggen ‘een grote afschuw van getwist’ had, het middelpunt van felle controverse.
De eenzaamheid van Spinoza na de verbanning uit de synagoge moet enorm geweest zijn. Om de breuk met de gemeenschap waarin hij opgroeide te onderstrepen, zou hij zich voortaan Benedictus noemen, een latinisering van het oorspronkelijke joodse Baruch met dezelfde betekenis: de gezegende. Nooit meer zou hij zich bij een andere collectiviteit thuisvoelen. Hij bewaarde een duidelijke distantie tot elke vorm van georganiseerde godsdienst.
Solitair
Verder kwam Spinoza ook niet veel onder de mensen. Hij bleef zijn hele leven ongetrouwd en verdiende de kost met het slijpen van lenzen. Een ongezonde activiteit die er toe zal hebben bijgedragen dat hij op 44-jarige leeftijd in Den Haag aan tuberculose bezweek.
Zijn solitaire bestaan stelde Spinoza in staat zich geheel te wijden aan het boek dat hem onsterfelijk zou maken, de Ethica. Het is een bijzonder gecompliceerd werk. De – mooie - slotzin luidt: ‘Alles wat voortreffelijk is, is even moeilijk als zeldzaam. Alleen de opbouw van het boek werkt al intimiderend. De vijf delen zijn opgezet als een wiskundig bouwwerk met een afschrikwekkende hoeveelheid axioma’s, definities, stellingen, postulaten.
Goddeloos
In de Ethica wordt een hele morele wereld als het ware vanaf de grond opgebouwd. De auteur, een goddeloze godzoeker, ontwierp een religie van de rede op basis van wetenschappelijke inzichten en logische redeneringen.
Wanneer hij over God sprak, doelde hij op de Natuur. Het vergroten van kennis betekent het vermeerderen van inzicht in de wetten van de natuur, waardoor het mogelijk wordt om als rationeel en deugdzaam persoon te leven. ‘De ware vroomheid bestaat uit rechtvaardigheid, liefdadigheid en de liefde voor de naaste.’
Scherpzinnig
De Ethica zou pas na de dood van Spinoza worden uitgegeven, door een groepje vrienden die hem steunden en bewonderden. Tijdens zijn leven verscheen wel, anoniem, het Tractatus Theologico-Politicus (1670). In dit werk, en in het later geschreven, maar onvoltooid gebleven Tractatus Politicus, toonde hij zich een scherpzinnige politieke denker.
Opmerkelijk was dat Spinoza recht en macht gelijkstelde. Volgens de natuurwetten die hij wilde respecteren, geldt het recht van de sterkste. Maar de rede voorkomt dat het uitoefenen van dit recht tot een oorlog van allen tegen allen leidt. Egoïstische burgers hebben er voordeel bij om een deel van hun macht in te leveren en een soort maatschappelijk contract te sluiten om vrede en stabiliteit te bewerkstelligen. Zo ontstaat een staat die de orde handhaaft, maar tegelijkertijd de rechten van de burgers dient te respecteren.
Democratisch
De politieke verhandelingen van Spinoza zijn welsprekende pleidooien voor democratische vrijheden en de scheiding van kerk en staat. Hij pleitte zelfs voor het terugdringen van het aantal kerkdiensten, omdat te veel religieuze manifestaties de publieke rust zouden verstoren.
De elitaire Spinoza had geen hoge dunk van de wijsheid van het volk. Een beperking van de staatsmacht moest vooral een ‘libertas philosophandi’ mogelijk maken, een vrijheid van filosoferen die al te vaak door (religieuze) autoriteiten werd geschonden.
De politieke theorie van Spinoza is wel beschouwd als de ideologie achter het bewind van raadspensionaris van Holland Johann de Witt. Daarom is het ook niet vreemd dat het Tractatus Theologico-Politicus twee jaar na de brute moord door het Oranjevolk op de gebroeders De Witt in 1672 werd verboden.
Raadselachtig
Spinoza is een soort filosofische heilige die heilige huisjes omverhaalde, een voorbeeldige, ascetische denker die, met een enorm brein in een zwak, tuberculeus lichaam, alles opzij zette om de waarheid te vinden. Zuiver denken, daar ging het hem om.
Hij probeerde zich met al zijn geestelijke kracht te bevrijden uit de ‘poel van passiën’, al die verwarrende en onbetrouwbare hartstochten die een mens maar doen afdwalen van de weg naar wijsheid.
De fascinatie voor Spinoza heeft dan ook niet alleen te maken met zijn werk, maar ook met zijn persoon. Zijn vrienden, schrijft de Britse filosoof Matthew Stewart in zijn mooie boek De ketter en de hoveling, vonden Spinoza vaak raadselachtig, een vreemde mengeling van voorzichtigheid en onverschrokkenheid, van bescheidenheid en arrogantie, van ijzige logica en rebelse hartstocht. ‘Hij was een ketter met de aard van de ware gelovige, een heilige zonder religie.’
Smetje
Maar zoals bij de meeste heiligen is er ook in dit geval wel een smetje te vinden. Bij Spinoza is dat zijn geringe achting voor het andere geslacht. De laatste geschreven zinnen die van hem bekend zijn, handelden over de natuurlijke ongeschiktheid van vrouwen om macht te bekleden.
‘Men mag gerust beweren dat de vrouwen van nature geen rechten hebben gelijk aan de mannen, en dat het dus niet mogelijk is dat beide geslachten samen regeren, nog veel minder dat mannen door vrouwen geregeerd worden.’
Vernieuwend
In zijn opvattingen over man en vrouw toonde Spinoza zich dus een typisch kind van zijn tijd. Maar vernieuwend was zijn politieke filosofie in het omhelzen van het idee van vrijheid als de ware zelfverwezenlijking van de mens als redelijk wezen.
En redenerend vanuit dit standpunt kwam hij tot een gepassioneerd rationeel pleidooi voor vrijheid van godsdienst en meningsuiting. Hij voorzag de moderne democratie zoals die zich moeizaam zou ontwikkelen, van een vernuftig theoretisch fundament en leverde een wezenlijke bijdrage aan de Verlichting, die de westerse cultuur ingrijpend in positieve zin zou veranderen.