door
Syp Wynia
5 dec 2012
Rutte aan het woord in de Eerste Kamer (foto ANP)
Ook Rutte II is een minderheidskabinet. De premier zal net als bij zijn vorige kabinet moeten koorddansen om het Regeerakkoord uitgevoerd te krijgen
Premier Mark Rutte moest gisteren in de Eerste Kamer een oefening in nederigheid doen. Bij de Algemene Beschouwingen in de senaat werd hem onomwonden duidelijk gemaakt dat zijn kabinet in de Tweede Kamer weliswaar een meerderheid heeft, maar dat die meerderheid ontbreekt in de Eerste Kamer.
De regeringspartijen hebben daar maar 30 van de 75 zetels en zijn voor een meerderheid afhankelijk van bijvoorbeeld de steun van het CDA.
Machtige positie
Ook PVV en SP zouden Rutte in de Eerste Kamer aan meerderheden kunnen helpen, maar die zijn daartoe nog minder geneigd dan het CDA. Dat plaatst het CDA in een machtige positie.
In november liet CDA-fractievoorzitter in de Tweede Kamer Sybrand Buma al weten dat het nivelleringsbeleid van Rutte II niet door de Eerste Kamer zou komen. Elco Brinkman, CDA-fractievoorsitter in de Eerste Kamer, zit op één lijn met Buma.
Niet in beton gegoten
Hij raadde Rutte aan dat als hij CDA-steun in de Eerste Kamer wil hebben, hij in de Tweede Kamer zaken met Buma moet doen. Zo ging dat onder Rutte I ook: toen was de premier afhankelijk van de SGP in de Eerste Kamer, en onderhandelde hij over de SGP-steun met voorzitter Kees van der Staaij van de Tweede Kamerfractie.
Rutte II is eigenlijk net zo’n minderheidskabinet als het eerste, zij het dat het vorige kabinet zelfs geen meerderheid in de Tweede Kamer had. Maar Rutte zal ook extra steun in de Tweede Kamer moeten zoeken om wetsvoorstellen door de Eerste Kamer krijgen.
Rutte liet dinsdag al blijken dat hij oppositiepartijen ter wille wil zijn. Het kabinetsbeleid was niet in beton gegoten, zei hij.
Nivellering
Grote kans dus dat het Regeerakkoord niet naar de letter zal worden uitgevoerd. Rutte zal met het CDA en wellicht met andere partijen in de slag moeten over de inkomensnivellering, de WW-duur, de pensioenpremieaftrek, de belasting op financiële transacties, huurverhogingen en het leenstelsel voor studenten.
Die maatregelen gaan er zonder twijfel anders uitzien dan in het Regeerakkoord voorzien.