door
Simon Rozendaal
4 feb 2012
Vroeger was dikte een teken van welvaart
Al die aandacht voor overgewicht is maar overdreven. De oplossing voor dik zijn ligt niet in heffingen of convenanten. Die is veel eenvoudiger
Je zult vandaag de dag maar dik zijn. Dag in, dag uit lees je dat je een groot maatschappelijk probleem vormt. Je bent lijdend voorwerp van lijvige rapporten, er worden rondleidingen in supermarkten voor je georganiseerd.
Overdreven
Mag het een onsje minder? Alleen al die term. Obesitas. Kom op, we hebben het over dikte. Dat is van alle tijden. Vroeger was het een teken van welvaart, tegenwoordig een symptoom van armoede, plus een gebrek aan opleiding en ruggengraat.
Het is vervelend als een mens zijn voeten niet meer kan zien, maar het is overdreven om te doen alsof dit een prangend medisch en maatschappelijk probleem zou zijn.
Natuurlijk, in zeldzame gevallen klopt het adagium dat elk pondje door het mondje gaat, niet. Maar de meeste uitpuilende buiken zijn de resultante van te veel eten en te weinig bewegen.
Opcenten
Daar hoeven geen vettaksen en convenanten op losgelaten te worden. Laat staan dat het nodig is om op kosten van de belastingbetaler maagverkleiningen aan te brengen of in achterstandswijken kortingsbonnen op groenten en fruit uit te delen.
De Nederlandse burger komt om in de opcenten. Daar past geen ‘vettaks’ of ‘colataks’ meer bij.
Ten slotte, er zijn simpele en minder betuttelende maatregelen denkbaar dan extra heffingen, geboden en verboden. Verzekeraars kunnen een bijdrage geven aan wie lid wordt van een sportschool. De fiscus kan de aanschaf van een fiets aftrekbaar maken.
Obesitas een ernstige ziekte? Onzin. Meer dan 99 procent van de mensen die te dik zijn, moeten een stevige schop onder het achterwerk hebben. Kom uit die luie stoel, stap op de fiets en eet minder chips!