door
Simon Rozendaal
20 mrt 2012
Simon Rozendaal rijdt een Opel Ampera
De eerste keer dat je een stille auto hoort rijden, is bizar. It boggles the mind, zoals detective Hercule Poirot, de hoofdpersoon uit de thrillers van Agatha Christie, pleegt te zeggen. Je brein kan er niet bij.
Afgelopen vrijdag gingen mijn vrouw en ik onze nieuwe auto ophalen bij de dealer. De Opel Ampera, uitgeroepen tot Europese auto van het jaar 2012 en volgens een recent stuk in de Volkskrant de groenste auto die nu te koop is.
Ik weet niet of ik het daarmee eens ben – ik heb sowieso moeite met de vreselijke vaagheid van termen als ‘groen’ en ‘duurzaam’, maar ik ben van plan om een en ander rijdend in ‘de groenste auto die er op dit moment te koop is’ uit te zoeken.
Onthutst
Ik had al eerder een elektrische auto zien en horen rijden. Ook heb ik er al diverse malen in gereden maar toch was ik vrijdag weer onthutst toen ik het geluid hoorde dat een geheel of gedeeltelijk elektrische auto maakt tijdens het rijden.
Niets.
Nou ja, bijna niets. De auto genereert bij lage snelheden – beneden de dertig kilometer per uur - evenveel geluid als een elektrische tandenborstel. Een zacht gezoem. Mijn vrouw had het nog nooit eerder meegemaakt en stond paf.
Snedig
Wie het voor het eerst hoort, pardon niet hoort, is verkocht. Je denkt dat de elektrische auto de beste uitvinding is sinds gesneden brood, zoals Amerikanen zo snedig formuleren.
Omdat de auto zo stil is, zit er ten behoeve van voetgangers en fietsers een klein toetertje naast het stuur waarmee je kunt waarschuwen. Overigens maakt de auto bij hogere snelheden wel degelijk lawaai, via de wielen, zij het een stuk minder dan een gewone auto.
Mijn groene auto is trouwens antracietgrijs. En nog niet erg groen en stil. Ik krijg van de gemeente Rotterdam een oplaadpaal in een parkeergarage en van Elsevier een oplaadpaal in de garage in Amsterdam maar beide palen zijn nog niet klaar.
Dus voorlopig rijd ik alleen in de stad elektrisch en op de snelweg op benzine. Ik houd u op de hoogte.