CDA'er Ruud Lubbers heeft een elektrische auto
Mijn semi-elektrische auto is absurd duur. Hij kost ongeveer 45.000 euro – en dat voor een auto die er uitziet als een auto van 30.000 euro. Dat komt natuurlijk doordat de batterijen zo idioot duur zijn: al gauw tussen de 10.000 en 20.000 euro.
45.000 euro zou ik nooit kunnen betalen. Dat hoeft gelukkig ook niet. Door omstandigheden die voor u niet zo interessant zijn, ben ik een van de laatste journalisten die een auto van de zaak heeft. Met andere woorden, een lease-auto.
Ik heb gemerkt dat niet iedereen weet hoe dat werkt dus leg ik het even uit. Een leasebedrijf – in mijn geval Leaseplan Nederland – koopt deze auto en dient een rekening in bij mijn werkgever, Elsevier.
Gratis
Het kost mij ogenschijnlijk niks. Ik hoef geen brandstof te betalen: dat doet Leaseplan Nederland voor mij – ze geven me een pasje waarmee ik brandstof kan afrekenen. Ik hoef de aanschafkosten van de auto niet te betalen, noch de onderhoudsbeurten. Dat alles betaalt het leasebedrijf, dat er natuurlijk een rekening voor indient bij Elsevier.
Voor de lease-rijder lijkt dit fantastisch, maar een gratis lunch bestaat niet. De fiscus beschouwt een auto van de zaak (volslagen terecht) als indirect loon. En dus moest iedere leaserijder tot voor kort jaarlijks 25 procent van de waarde van de auto bij zijn salaris optellen.
Belasting
Bij een auto van 45.000 euro betekent dit dat 11.000 euro als indirect loon wordt aangemerkt. Gegeven het feit dat dit bovenop mijn bestaande loon komt, zit ik in de hoogste schijf en moet ik daarover 52 procent belasting betalen. Zo’n leaseauto van 45.000 euro kost de berijder jaarlijks dus 6.000 euro aan belastingen.
Maar nu komt het. Omdat de fiscus, onder invloed van de politieke partijen, en die weer onder invloed van de milieubeweging, het idee hebben gekregen dat elektrische auto’s en semi-elektrische auto’s zoals mijn Opel Ampera buitengewoon goed zijn voor de luchtkwaliteit en het klimaat, hoef ik die 500 euro per maand niet te betalen.
Dat is de reden waarom zo veel mensen in deze auto gaan rijden. Niet omdat ze het klimaat, het milieu en de planeet willen redden – ja, dat zeggen ze wel, maar wees op uw hoede – maar bovenal omdat dit hen belastinggeld scheelt.
En weet u naar wie dat geld toegaat?
Niet onbemiddeld
Bijna alle mensen die in een elektrische of semi-elektrische auto rijden, zijn niet onbemiddeld. Toen ik drie weken geleden mijn Opel Ampera ging ophalen bij de dealer, vertelde de verkoper mij dat ik nummer vier was.
De drie voorgaande waren directeuren en managers bij een Rotterdams gemeentebedrijf, die de auto als tweede auto kochten, vanwege de groene façade en het belastingvoordeel.
Ze rijden met deze groene auto van huis naar hun werk en weer terug. Aldus kunnen ze op feestjes en recepties vertellen dat ze heel erg duurzaam zijn en kan hun bedrijf pochen dat het klimaatbewust is.
Die directeuren lachen zich stuk voor stuk een ongeluk, zei de verkoper. Ze krijgen van de belastingbetaler 500 euro per maand extra salaris en doorgaans hebben ze thuis nog een andere auto, waarmee ze - in de woorden van de verkoper - ‘de hele ozonlaag naar de filistijnen blazen’.
Waarom rijdt Simon Rozendaal ineens in een elektrische auto? Lees het in zijn vorige blogs: