door
Simon Rozendaal
25 apr 2012
Autorijders parkeren soms op plekken die alleen bestemd zijn voor elektrische auto's
Ik reed vanuit Rotterdam met opgeladen batterijen naar Amsterdam, bezig met een interessant experiment. Vorige week had ik u gemeld dat je maar 60 kilometer kunt rijden met een opgeladen accu van de Opel Ampera.
Stoelverwarming
Dat is niet waar. Ik was vorige week in Breda, bij het hoofdkantoor van Opel, om over dit merkwaardige voertuig te praten en hoorde daar dat er manieren zijn om zuiniger in een semi-elektrische auto te rijden. Bijvoorbeeld om niet de hele auto te verwarmen maar alleen de elektrische stoelverwarming aan te zetten. Logisch, maar je moet het even ontdekken.
Om een lang verhaal kort te maken, ik reed de parkeergarage van Elsevier in en constateerde dat ik op een volle tank elektriciteit (die in tegenstelling tot wat ik vorige week meldde geen 3 maar 2,5 euro kost, en zelfs maar 1,5 wanneer je van nachtstroom gebruik maakt) 72 kilometer had gehaald.
Parkeerplek
Ik zette koers naar mijn vaste parkeerplek, waar een groot bord hangt dat deze plek bedoeld is voor elektrische auto’s. Vervolgens gebeurde wat ik natuurlijk al vanaf het begin zag aankomen: mijn plek was bezet. Ik ging naar de vriendelijke dames van de receptie en meldde het kenteken van de Volvo die op mijn plek stond.
Drie kwartier later werd ik gewaarschuwd door de secretaresse van Elsevier dat de eigenaar van de Volvo zijn auto had weggehaald. Hij had niet gezien dat er een bord stond dat de plek was bedoeld voor elektrische auto’s. Zou ik ook zeggen. Feit is dat in de afgelopen paar weken, toen er voldoende parkeerplekken waren, nooit iemand op ‘mijn’ plek is gaan staan. Goh, wat toevallig dat het nu wel gebeurde.
Eigenaar
Ik werd dus door de secretaresse uit de commentaarvergadering van Elsevier gehaald met het verzoek om zo snel mogelijk mijn auto op de gereserveerde parkeerplek te zetten, want het was ‘vandaag opmerkelijk druk’. Ik van de elfde verdieping naar min twee. De Volvo was weg maar nu stond op de plek een andere auto. Ik opnieuw dat kenteken aan de dames van de receptie doorgegeven.
Dit keer slaagden ze er niet om de eigenaar te traceren. Ze hebben een redelijk goed overzicht van wie met welke auto rijdt maar soms komen mensen met de auto van hun echtgenoot, hun vader of hun buurman naar de zaak, zeiden de dames.
Het ergerde me – ik vind het leuk om elektrisch te rijden – en dus heb ik een briefje op de ruit van de meneer of mevrouw in kwestie bevestigd: 'U wordt bedankt, u mag hier niet parkeren en ik heb mijn auto niet kunnen opladen.'
Openbaringen
Natuurlijk is dat geen enkel probleem, want gelukkig heb ik een elektrische auto die ook op benzine kan rijden. En dus ben ik op benzine teruggereden van Amsterdam naar Rotterdam.
Al rijdend realiseerde ik me drie dingen:
• Ik moet er niet aan denken om een volledig elektrische auto te hebben. Dan had ik mijn auto in Amsterdam gelaten en met de trein terug naar Rotterdam moeten reizen.
• De elektrische auto doet een beroep op het sociale vermogen van de medeburger. Ik vraag als berijder van een semi-elektrische auto beleefd aan mijn medeburgers of ze hun auto niet willen parkeren op een plek die voor mij is gereserveerd. Maar u kunt natuurlijk een lange neus naar mij trekken – denkend: die boef heeft al genoeg subsidie van me gehad.
• Het zou kunnen dat ik me vergis en dat de Nederlander nog even moet wennen aan speciale parkeerplekken voor mensen die de ijsbeertjes en het regenwoud een warm hart toedragen. Wat denkt u?