Wouter Bos maakte geen verwijten
Wie wordt de volgende nationale zondebok? Een populair Hollands gezelschapsspel.
De commissie-De Wit heeft diepgaand onderzoek gedaan naar de bankencrisis uit 2008 en de rol van de overheid bij het bestrijden ervan. Het onderzoeksresultaat mag er zijn. Maar wie zien wij na dit rapport als nationale zondebok bij de bankencrisis?
Wouter!
Wouter natuurlijk! De commissie-De Wit concludeert in het eindrapport dat ‘bij de aanpak van de kredietcrisis in 2008 het toenmalige kabinet Balkenende-IV grote fouten heeft gemaakt. Zo heeft toenmalig PvdA-minister van Financiën Bos de Kamer vrijwel steeds te laat en soms onvolledig geïnformeerd.’
Wie de Kamer onvolledig informeert, is een geschikte kandidaat om als nationale zondebok door het leven te gaan. Arme Wouter!
Diplomatie
Nu Wouter Bos geen minister meer is, kan hij zonder inachtneming van politieke diplomatie reageren op het rapport van de commissie-De Wit. Hij bijt van zich af. Maar Bos verwijt in zijn reactie niemand iets.
'We hadden weinig tijd, te weinig informatie, weinig voorbeelden, weinig alternatieven, maar we moesten beslissen. Uitstel was geen optie; er stond te veel op het spel. Ik hoop dat iedereen zich dat blijft realiseren. En ik hoop vooral dat geen minister van Financiën dit ooit weer hoeft mee te maken.'
Alternatieven
Wouter Bos heeft als minister van Financiën geen fouten gemaakt. Ook Jan Peter Balkenende (CDA) als premier van Nederland heeft geen fouten gemaakt.
De gezagdragers van toen moesten onmiddellijk handelen. Terecht zegt Bos dat er geen historische voorbeelden waren die de regering als richtsnoer kon gebruiken bij het nemen van beslissingen. De regering moest handelen naar internationale voorbeelden.
In de meeste westerse landen werden de systeembanken gered. Achteraf blijkt dat er wellicht alternatieven waren. Dit getuigt slechts van het reflectieve vermogen van de enquêtecommissie. En dat is meestal niet zo moeilijk.
Ernstige crisis
Een ernstige crisis is een uitzonderingstoestand. Daarvoor bestaan geen regels. Als die er wel zouden zijn, is er geen sprake van een uitzonderingstoestand.
Politiek handelen gedurende een crisis is een riskante en onvoorspelbare aangelegenheid. Wat zou De Wit zelf hebben gedaan onder die omstandigheden? Zou hij een paar systeembanken failliet laten gaan? En is hij vervolgens bereid om de gevolgen daarvan, voor de burgers en de reële economie, op de koop toe te nemen?
Bos en Balkenende werden door knappe koppen gadviseerd, door topambtenaren van het ministerie van Financiën en De Nederlandsche Bank. Moeten zij niet als zondebok worden aangeduid?
Blootgelegd
Wat heeft de commissie-De Wit nu daadwerkelijk blootgelegd? Het onvermogen van het Nederlandse parlement: dat was nauwelijks in staat om zijn controlerende taken uit te voeren.
Eigenlijk laat Kamerlid De Wit zien hoe hij als Kamerlid zelf onbekwaam was om de regering te ondervragen over de gang van zaken rond de bankencrisis.
De commissie-De Wit laat zien dat juist de Kamer niet in staat was om op scherpe wijze de regering te controleren bij het nemen van besluiten over miljarden euro’s voor de redding van de banken. Het is makkelijk om minister Bos als zondebok aan te wijzen, maar het zou de Kamerleden sieren als ze zichzelf genadeloos zouden kritiseren.
Braaf gezelschap
Uit het rapport blijkt dat het Nederlandse parlement op cruciale momenten een braaf gezelschap is van leden die niet of nauwelijks snappen dat ze namens de kiezer op hun geld moeten passen. Dat deden ze niet.
Het kabinet zou niet zomaar, zonder instemming van de Kamer, geld moeten kunnen uitgeven. Toch was dit mogelijk, omdat Kamerleden het werkelijke gewicht van hun functie als volksvertegenwoordiger niet of nauwelijks ervaren. Zij voelen zich vooral verantwoordelijk ten opzichte van hun partij.
De meeste Kamerleden zijn in de eerste plaats loyaal aan hun weldoener - de politieke partij - en niet aan de kiezer in wiens naam ze in de Kamer zitten.
De Kamer moet niet naar een zondebok zoeken, de Kamer moet reflecteren over het eigen functioneren.