Zalm was in totaal twaalf jaar in functie
Dr. G. Zalm (1952). Minister van Financiën van 22 augustus 1994 tot 22 juli 2002 en van 27 mei 2003 tot 22 februari 2007. Lid van de VVD. Econoom.
Nooit was een Nederlandse minister van Financiën langer in functie dan Gerrit Zalm: in totaal twaalf jaar, onderbroken door een korte periode van nog geen jaar (juli 2002 - mei 2003) waarin hij fractieleider was van de VVD in de Tweede Kamer. Dat beviel niet. Zalm keerde terug naar het ministerie waar hij daarvoor ook al zoveel succes had gehad.
In zijn eerste jaren als minister, in het eerste zogeheten paarse kabinet-Kok (PvdA-VVD-D66), had hij het geluk dat de economie fors groeide.
Ook toen de jaren van grote groei vanaf 2001 werden gevolgd door een bijna groeiloze periode, bleven de tekorten onder controle. Dat ze opliepen, paste in het beleid.
Zalmnorm
Dat beleid is het – nog steeds geldende – ‘trendmatig begrotingsbeleid’, dat ook wel bekendstaat als de ‘Zalmnorm’. In essentie is het een modernisering van de ‘Zijlstra-norm’ die minister Jelle Zijlstra (ARP/CDA) in de late jaren vijftig had geformuleerd.
Kort samengevat: spreek een norm af voor de toelaatbare ontwikkeling van de collectieve uitgaven – dus niet alleen die van het Rijk, maar ook de sociale uitkeringen en de uitgaven van lagere overheden. Houd je daaraan en grijp niet in als de belastinginkomsten in een jaar eens erg mee- of tegenvallen – tenzij het de spuigaten uitloopt en het tekort extreem hoog wordt.
Het eerste paarse kabinet hielp zijn geluk een handje door mede op Zalms aanbeveling de uitgavennorm te baseren op een zogenoemde behoedzame groeiraming. Geschat werd dat de Nederlandse economie gemiddeld slechts 1,75 procent per jaar zou groeien in de jaren 1995-1998.
De combinatie van begroten op basis van deze behoedzame raming (en dus voorzichtig) met de Zalmnorm betekende dat het geluk van de forse groei er al spoedig toe leidde dat de overheidsfinanciën op orde kwamen.
Euro
Op advies van het Centraal Planbureau werd voor de regeerperiode van Kok II gerekend met een slechts iets hogere ‘behoedzame’ groei, gemiddeld 2 procent per jaar. Ook die werd aanvankelijk ruimschoots overtroffen.
Zijlstra’s aanpak was gedurende de recessie begin jaren tachtig geheel verlaten en in de noodsituatie waarin de staatsfinanciën verkeerden vervangen door een centrale financiële beleidsdoelstelling: het tekort onder controle krijgen.
Zalm had dat, door zijn carrièreverloop, van nabij gadegeslagen. En zo was geen enkele minister van Financiën die na 1945 op zijn post begon, beter geprepareerd voor het ministerschap dan Gerrit Zalm.
Directeur
De zoon van een kolenboer in Enkhuizen die lid was van een klein streng protestants kerkgenootschap, studeerde economie aan de Vrije Universiteit te Amsterdam.
Nog voor zijn afstuderen begon Zalm in maart 1975 bij de afdeling Begrotingsvoorbereiding van het ministerie van Financiën. Dat was het begin van een glanzende ambtelijke loopbaan.
Hij werd plaatsvervangend directeur Begrotingszaken bij Financiën, was daarna directeur Algemene economische politiek bij het ministerie van Economische Zaken, en hij was vervolgens ruim vijf jaar directeur van het Centraal Planbureau (CPB).
In al die functies had hij te maken met de rijksbegroting. Zo was Zalm als CPB-directeur lid van de ambtelijke Studiegroep Begrotingsruimte die in juli 1993 aanbeval om het trendmatig begrotingsbeleid op basis van een behoedzame groeiraming in te voeren.
En als directeur van het CPB adviseerde hij een jaar later over het Regeerakkoord van het eerste kabinet-Kok. Daarna vroeg VVD-leider Frits Bolkestein, aan Zalm om minister van Financiën te worden. Zo kon Zalm zijn eigen aanbevelingen in praktijk brengen.
Zalm had zich in 1986 aangesloten bij de VVD. Als student en beginnend ambtenaar was hij nog actief PvdA-lid geweest, en voorzitter van de partijafdeling Enkhuizen. ‘De PvdA ziet mijns inziens [in de jaren tachtig] onvoldoende dat de welvaartsstaat is dolgedraaid,’ schrijft Zalm in zijn informatieve memoires De romantische boekhouder (2009) over zijn overstap.
Overschot
De tekortbeheersing was dus een succes. In de jaren 1999 en 2000 was er zelfs sprake van een overschot – volgens de huidige berekening van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) plus 2 procent van het bruto binnenlands product in het jaar 2000.
Niettemin gaf Zalm later toe dat er onder Paars II wel heel ruim was uitgegeven. Hij liet in die kabinetsperiode toe dat vooral aan onderwijs en zorg flink meer kon worden besteed – in totaal waren de uitgaven 7,7 miljard gulden (omgerekend 3,5 miljard euro) hoger dan voorzien in het Regeerakkoord.
Zalm compenseerde de verhogingen overigens door meevallers in de sociale zekerheid en op de rente die de overheid moest betalen op leningen, zodat het saldo op orde bleef. De hogere uitgaven waren politiek populair. Eerder had de linkse oppositie het kabinet verweten voorrang te geven aan lagere belastingen en een lagere staatsschuld.
Eveneens populair was de ingrijpende belastinghervorming in 2001, die door Zalm samen met PvdA-staatssecretaris Willem Vermeend werd voorbereid. Het toptarief in de inkomstenbelasting ging van 60 naar 52 procent.
Ter financiering hiervan werden aftrekposten geschrapt en het hoge btw-tarief verhoogd van 17,5 naar 19 procent. Niettemin was er sprake van een lastenverlichting van 3 miljard gulden (1,4 miljard euro). Ook daar was financieel ruimte voor.
De hogere uitgaven en de belastingverlaging op wat de top van de conjunctuur leek, stuitten op kritiek van sommige economen. Het tekort bleef echter op orde.
Ook in Balkenende II (in 2003 begonnen als een CDA-VVD-D66-coalitie, D66 stapte er zomer 2006 uit) hield Zalm het tekort op orde.
Dotcomcrisis
Hij hervatte zijn ministerschap midden in de zogenoemde dotcomcrisis. Deze was ontstaan na de hype rond startende internetbedrijfjes die veel geld van investeerders ophaalden, maar weinig tot geen winst maakten. Toen deze zeepbel knapte, maakte dat vanaf 2001 een einde aan de hoogconjunctuur.
Toen in 2003 de economie nog slechter bleek te draaien dan in het pas gesloten op bezuinigingen gerichte Regeerakkoord werd voorzien, zette Zalm meer dan 2 miljard euro aan extra bezuinigingsmaatregelen door. Mede daardoor overschreed Nederland alleen in het jaar 2003 de voor de hele Europese Unie afgesproken zogenoemde EMU-tekortnorm (Economische en Monetaire Unie) - met een tekort van 3,2 procent.
Groeiherstel en volhouden van de uitgavennorm brachten volgens cijfers van het CBS echter vanaf 2006 opnieuw kleine overschotten, totdat onder Zalms opvolger Wouter Bos (PvdA) de grootste economische crisis sinds de jaren dertig uitbrak.
Hard
Zalm was de eerste minister van Financiën die zich vanwege de invoering van de euro intensief met Europese aangelegenheden moest bezighouden. Zijn bezwaren tegen toetreding van Italië tot de eurozone omdat het land onvoldoende aan de toelastingseisen zou voldoen, verschaften hem in Italië de bijnaam ‘Il Duro’, de harde man.
Zalm steunde de invoering van de euro in 1999 en het afscheid van de gulden per 1 januari 2002. Toen najaar 2003 Duitsland en Frankrijk zich aan sancties op het niet volledig naleven van de afspraken voor de euro onttrokken, was Zalm een van de scherpste critici. Maar Duitsland en Frankrijk kregen steun van de meeste andere eurolanden.
Het lukte hem wel om de Nederlandse bijdrage aan de Europese begroting met circa 1 miljard euro te verminderen.
DSB Bank
Na zijn ministerschap verraste Zalm menigeen door adviseur en daarna directielid te worden van de DSB Bank, eigendom van Dirk Scheringa - net als Zalm een Westfries. DSB Bank was voortgekomen uit Scheringa’s activiteiten als verschaffer van consumentenkrediet. Die activiteiten werden later onderwerp van scherpe kritiek omdat DSB Bank oneerlijke verkoopmethoden zou hanteren.
Na precies een jaar werkzaam te zijn geweest als financieel directeur voor vier dagen in de week, benoemde Zalms opvolger op Financiën Wouter Bos hem per begin 2009 tot lid en daarna voorzitter van de raad van bestuur van de net door de overheid overgenomen Nederlandse activiteiten van ABN AMRO en Fortis Bank.
DSB Bank ging in oktober 2009 failliet. Daarna bleek dat de twee toezichthouders, De Nederlandsche Bank (DNB) en de Autoriteit Financiële Markten (AFM), heel verschillend oordeelden over Zalms rol bij de bank. De AFM verweet hem te weinig te hebben gedaan om bij DSB Bank het bestuur te verbeteren. Zalm zou niet voldoende geschikt zijn. De andere toezichthouder, DNB, deelde die kritiek niet.
Toezicht
Een commissie onder leiding van Michiel Scheltema, hoogleraar staatsrecht en voormalig staatssecretaris van Justitie namens D66, werd in 2009 door minister van Financiën Wouter Bos ingeschakeld om een eindoordeel te geven. Scheltema volgden het oordeel van De Nederlandsche Bank. Zalm bleef aan bij ABN AMRO.
Zalm beschrijft in zijn memoires dat hij een paar keer aan een proefschrift is begonnen, maar er nooit een voltooide.
Niettemin werd hij, toen hij directeur was van het CPB, gevraagd om bijzonder hoogleraar te worden aan de Vrije Universiteit in Amsterdam. In 2008 kreeg hij daar een eredoctoraat.