door
Jean Dohmen
3 apr 2012
Vorig jaar blaakte Friesland Bank nog van het zelfvertrouwen
Het verdwijnen van Friesland Bank is pijnlijk maar onvermijdelijk. De keuze om op te gaan in Rabobank getuigt van gezond boerenverstand. Maar de consument heeft alweer minder te kiezen
De meeste Nederlanders kennen Friesland Bank alleen van de televisiespotjes waarin de bretels dragende Bekende Nederlander Jort Kelder zich verbaast over de nuchterheid van de bankiers uit het hoge noorden.
Het ultieme bewijs voor die nuchterheid is afgelopen week geleverd. De bankiers hebben de stekker uit hun eigen bank getrokken, nadat ze de conclusie trokken dat zelfstandig verdergaan niet meer verantwoord was.
Tegenslagen
Als gevolg van de kredietcrisis, waardoor wereldwijd banken in de problemen kwamen, zijn de internationale kapitaaleisen waaraan banken moeten voldoen, aangescherpt. Banken moeten ook meer liquide middelen aanhouden.
De kleine Friesland Bank kampte afgelopen jaar met tegenslagen en kan niet aan de strengere eisen voldoen. Het verschil met een jaar geleden is enorm. In hun jaarverslag over 2010 blaakten de Friese bankiers nog van zelfvertrouwen.
‘Het solide fundament waarop verleden, heden en toekomst gebouwd zijn, komt ook tot uiting in onze sterke vermogenspositie,’ schreven zij. Het was het resultaat van ‘bijna honderd jaar sober en klantgericht bankieren'.
Grote spelers
Toen hoopte Friesland Bank nog op een krachtig herstel in 2011. Het liep anders. De keuze voor Rabobank is verstandig. In vergelijking met de kwetsbare Friesland Bank is de oude Boerenleenbank een reus, die de Friese bank makkelijk in de eigen organisatie kan opnemen.
De consumenten, vooral in Friesland, hebben het nakijken. Door het verdwijnen van Friesland Bank hebben zij alweer minder te kiezen. Een paar grote spelers - Rabobank, ABN AMRO en ING - domineren de markt. Daarin schuilt het echte verlies van de ondergang van Friesland Bank.