door
Oene van der Wal
4 mei 2012
Gauck is gevormd door zijn leven onder het DDR-communisme
Duitsers lijken vaak erg gepreoccupeerd met vrijheid. Zo kunnen ze zich bijzonder druk maken over privacy. Het tijdelijk opslaan van telefoon- en internetgegevens voor opsporingsdoeleinden ligt haast nergens zó gevoelig.
Geen land ook waar zoveel burgers proberen Google Street View of Facebook te dwarsbomen. Altijd is er de zorgelijke vraag: wat gebeurt er met mijn gegevens?
Dictatuur
Die angst voor een inbreuk op de privésfeer heeft te maken met de totalitaire ervaringen die Duitsland had in de twintigste eeuw. Eerst was er de nationaal-socialistische dictatuur en daarna, in het oosten, de communistische.
Duitsland is nu weliswaar een vrij land, maar wie zegt dat dat zo blijft? hoor je Duitsers nog vaak zeggen. Dan maar beter zo min mogelijk overheidscontrole voordat data in verkeerde handen komen.
Bij de jonge Piratenpartij, ontstaan als beweging voor internetvrijheid, gaan ze nog een stap verder. Toen ik een Berlijnse Piraat tijdens een vraaggesprek (zie mijn artikel in Elsevier van deze week) voorhield dat in Duitsland toch vrijheid heerst, antwoordde hij: 'Dat zegt u.'
De Piraten vinden Duitsland maar zeer ten dele vrij. Talrijke regels beknotten het individu, de overheid is bevoogdend, menen zij. Hun vrijheidsaanspraken gaan richting anarchisme. Momenteel trekken ze daarmee opvallend veel kiezers.
Bevrijding
Mogelijk zien we hier de 'jonge, puberale vrijheid' aan het werk die bondspresident Joachim Gauck (72) bedoelt in zijn boekje Freiheit. Ein Plädoyer, een bestseller in Duitsland. Deze vrijheid is het verlangen naar zelfbeschikking, ongebondenheid, bevrijding.
En het wijkt af van het op de afkeer van islamisme gebaseerde vrijheidsstreven van Die Freiheit. Deze PVV-achtige partij boekte met zijn agenda voor meer vrijheid en democratie tot dusverre geen succes.
Gauck is gevormd door zijn leven onder het DDR-communisme en de revolutie van 1989. Hij heeft van vrijheid het hoofdthema van zijn presidentschap gemaakt. Welke vrijheid hij precies op het oog heeft, moet nog blijken. Maar Gauck lijkt in elk geval iets te willen doorbreken wat de Duitsers al langer aankleeft. Namelijk dat ze niet bijzonder vrijheidslievend zijn als ze voor de keus staan tussen vrijheid en sociale zekerheid.
Kans
Duitsers blijken dan ineens wel een enorm vertrouwen in de staat te hebben. Zo leveren velen graag vrijheid in in ruil voor het afdekken van materiële risico’s. Gauck voert deze grondhouding terug op de Dertigjarige Oorlog (1618-1648), toen een complete generatie Duitsers werd uitgemoord, verdreven en rechteloos gemaakt.
Na de Vrede van Westfalen van 1648 waren het de landsheren die hun onderdanen zekerheid boden en de kans een bestaan op te bouwen. Het kan een verklaring zijn.
Opmerkelijk is in elk geval dat de oude Gauck met zijn pleidooi voor meer vrijheid de jonge Piratenbende aftroeft. Want met hun eis voor een door de staat betaald basisinkomen voor iedereen geldt zelfs bij hen: zekerheid eerst.