door
Philip Willems
11 jun 2012
Spanje is de vierde grootste economie van de Europese Unie
Na Griekenland, Ierland en Portugal krijgt nu ook Spanje noodhulp van andere eurolanden. Onduidelijk is of het volstaat. Duidelijk is wel dat de risico’s voor de eurozone - en dus ook voor Nederland - alleen maar toenemen
Spanje krijgt een lening van 100 miljard euro van het Europese noodfonds EFSF. Dat geld is bedoeld voor de Spaanse banken, die zwaar lijden onder een diepe vastgoedcrisis.
Spanje heeft het geld zelf niet om haar banken te steunen. Op de financiële markten kan het land nauwelijks geld lenen. Of 100 miljard euro voldoende zal zijn, valt nog te bezien. Spaanse banken hebben voor 600 miljard euro aan hypotheken uitstaan en voor 300 miljard euro aan andere vastgoedleningen.
Krimp
De Brusselse denktank Centre for European Policy Studies verwacht dat Spaanse banken in totaal 380 miljard euro moeten afschrijven. Nu zijn banken daar in de intussen vijf jaar durende vastgoedcrisis wel al aan begonnen, maar met mondjesmaat.
Intussen wordt het steeds minder ondenkbaar dat de Spaanse overheid voor zichzelf bij Europa moet aankloppen. De economie blijft krimpen, de werkloosheid blijft stijgen, en het begrotingstekort zal dit jaar wellicht een stuk hoger zijn dan de beoogde 5,3 procent. De staatsschuld sprint omhoog.
Peanuts
Daarmee is de eurocrisis een nieuwe fase ingegaan: Spanje is de vierde grootste economie van de eurozone. Het redden van Griekenland, Ierland en Portugal was peanuts in vergelijking met wat een redding van Spanje zou kosten.
Wellicht zou alle nog beschikbare noodgeld (voornamelijk 500 miljard euro via het Europees Stabiliteitsmechanisme, de opvolger van het EFSF) er aan opgaan. En dan nog is het einde van de crisis niet in zicht – terwijl de schulden van de Zuid-Europese landen wel steeds meer die van de rest van Europa worden.