Jan Kees de Jager: van huis uit ondernemer 'op het autoritaire af'
Mr.drs. J.C. de Jager (1969). Minister van Financiën sinds 23 februari 2010. Lid van het CDA. Bedrijfseconoom, sociologisch econoom en jurist.
Al jaren is Jan Kees de Jager bewindsman, maar hij blijft volhouden dat hij geen echte politicus is. Hij wil ook geen lijsttrekker of zelfs maar Kamerkandidaat zijn voor zijn partij, het CDA, ook al is hij de laatste jaren de populairste CDA’er in de politiek.
Drie studies
Toch is hij ook geen echte technocraat, een vakman die is binnengehaald om op basis van zijn specialisme beleid te maken. Want al heeft hij na zijn bachelorsdiploma van Nyenrode Business Universiteit in korte tijd niet minder dan drie studies voltooid aan de Erasmus Universiteit Rotterdam, fiscaal recht noch macro-economie hoorde daarbij. Terwijl dat op Financiën toch de vakspecialismen bij uitstek zijn.
De Jager is juist een generalist. En kennelijk een handige generalist. Bij de zeven weken durende onderhandelingen in het Catshuis over een enorm 'ombuigings'-pakket die voorjaar 2012 eindigden in het breken van de coalitieregering van VVD en CDA doordat gedoogpartij PVV haar steun introk, was hij afwezig. De Jager verklaarde dat hij dat werk aan 'de politici' overliet.
Maar na de mislukking van het Catshuisoverleg verscheen de minister ineens ten tonele als het oliemannetje dat met zijn staf van experts de nieuwe onderhandelingspartners (CDA, VVD, D66, GroenLinks, ChristenUnie) bijstond en die de besprekingen tot een akkoord over extra ingrepen hielp brengen.
Keihard
De Jager had eerder, samen met premier Mark Rutte (VVD) en met veel steun uit de Tweede Kamer, Nederland in een positie gebracht waarin snelle en harde ingrepen onvermijdelijk zouden zijn als het economisch zou tegenzitten.
Nederland was namelijk een van de landen die het krachtigst vasthielden aan een Europese norm voor het overheidstekort van maximaal 3 procent van het bruto binnenlands product (bbp).
Daarnaast was Nederland een van de grootste voorstanders van het versterken van de positie van de Europees Commissaris die de begrotingen van de EU-lidstaten op tekort en schuldontwikkeling toetst.
Tijdens de vele vergaderingen die de ministers van Financiën van de Europese Unie met elkaar hebben, bouwde De Jager een keiharde reputatie op. Dat is onder meer gebleken bij de verzoeken om steunverlening aan eurolanden die in grote economische moeilijkheden zijn geraakt en hun schulden niet meer op de kapitaalmarkt konden herfinancieren. Tot en met de zomer van 2012 betrof dat Griekenland, Portugal, Ierland en Cyprus. Spanje kreeg financiële steun voor zijn bankwezen.
Uiteindelijk heeft De Jager wel ingestemd met de steunoperaties waaraan Nederland miljarden aan leningen en garanties bijdraagt.
Al in september 2011 stelden Rutte en De Jager in een gezamenlijk opiniestuk in de Britse zakenkrant Financial Times voor om landen die zich niet aan de euroregels houden als uiterste sanctie uit de muntunie te gooien.
Wie andere regeringen zozeer de maat heeft genomen inzake het vasthouden aan de tekortnorm, komt in een lastige positie als hij zelf met een tegenvallende economie kampt en om clementie wil vragen, terwijl er van problemen met het vinden van geld op de kapitaalmarkt geen sprake is. Integendeel. Nederland kan als neveneffect van de schuldencrisis extreem goedkoop geld lenen.
Ongewone stap
Met zijn harde aanpak volgt De Jager overigens de lijn die al onder Gerrit Zalm (VVD) in de jaren negentig van de afgelopen eeuw is ingezet en onder Zalms opvolger Wouter Bos (PvdA) werd gecontinueerd. De Jager zette ook het beleid van Bos voort ten aanzien van in problemen geraakte Nederlandse banken.
Maar ten aanzien van De Nederlandsche Bank (DNB), toezichthouder op het bankwezen, zette hij in 2011 een ongewone stap. Voor het eerst sinds Piet Lieftinck greep de minister van Financiën openlijk in bij de benoeming van een volgende DNB-president.
Nout Wellink, de zittende president, werd door De Jager gehouden aan een maximum van twee zittingstermijnen van zeven jaar. Dat kwam neer op het spoedige vertrek van Wellink, die in politieke kring steeds meer kritiek kreeg wegens de problemen waarin de Nederlandse banken verkeerden.
Vervolgens zette hij als Wellinks opvolger de benoeming als bankpresident door van zijn topambtenaar Klaas Knot, terwijl de leiding van de centrale bank een onmiskenbare voorkeur had voor zittend directielid Lex Hoogduin.
Hoogduin vertrok onmiddellijk bij De Nederlandsche Bank.
Aangenomen wordt dat niet alleen De Jager deze ingrepen wenste, maar dat ze ook de voorkeur hadden van premier Rutte.
Penningmeester
De Jager mag zich dan geen politicus vinden, hij loopt al jaren mee bij het CDA. Hij was penningmeester van de jongerenorganisatie CDJA. Vanaf 2000 was hij penningmeester van het CDA zelf, tot hij in 2007 staatssecretaris van Financiën werd.
Maar zijn hoofdberoep was ondernemer. Net als de eerste premier onder wie hij eerst staatssecretaris en later minister was, Jan Peter Balkenende, komt De Jager uit een gereformeerd gezin en groeide hij op in het Zeeuwse dorp Kapelle. Zijn vader was fruitteler.
In 1992, nog tijdens hun studie in Rotterdam, begonnen De Jager en zijn studiegenoot Karel van der Woude een bedrijfje in 'ict-applicaties'. Dat groeide uit tot een groep bedrijven met als kern ISM eCompany, dat zich vooral richt op het maken en onderhouden van verkoopwebsites van bedrijven (e-commerce).
Toen De Jager in 2007 staatssecretaris werd in het vierde kabinet-Balkenende (CDA-PvdA-ChristenUnie) was hij net uitgeroepen tot ICT Personality van het jaar, terwijl ISM hoog scoorde op de lijst van snelstgroeiende technologiebedrijven in Nederland die accountants- en adviesbureau Deloitte jaarlijks opstelt.
De Jager is nog steeds mede-eigenaar van ISM. Zijn belang heeft hij ondergebracht in een door derden bestuurde stichting. In 2006 had ISM een groepsomzet van 7 miljoen euro en 103 werknemers. Inmiddels zijn het er meer dan 200.
Moeilijkheden
Het ondernemerschap leek De Jager kort na zijn aantreden als staatssecretaris even in moeilijkheden te brengen. De kantonrechter in Den Bosch kende vier ontslagen werknemers van het opgeheven bedrijf Codim, waarvan De Jager ook directeur was geweest, een forse ontslagvergoeding toe. Belangrijk argument hiervoor was dat Codim ze niet op de hoogte had gesteld dat pensioenpremies niet tijdig waren afgedragen (een wettelijke verplichting).
De Jager bezwoer het relletje door een commissie onder leiding van oud-IBM-directeur Amandus Lundqvist te vragen om zijn beleid te onderzoeken. De commissie vond slechts 'onvolkomenheden en kinderziekten in het gevoerde administratieve beleid'. De Jager, schreef de commissie ook, stond bij zijn personeel bekend als 'een goed ondernemer. In de samenwerking af en toe best lastig, op het autoritaire af. Uitgaven moesten worden beargumenteerd'.
Handige eigenschappen voor een minister van Financiën. De Jager kwam echter binnen als staatssecretaris Fiscale Zaken. Na de breuk in het kabinet Balkenende-IV begin 2010, waarbij de PvdA uittrad, nam De Jager Wouter Bos' ministersplaats over. De begroting 2011 was dus al zijn werk. Maar dat was een begroting in afwachting van een volgend kabinet.
Overheidsschuld
Het VVD-CDA-kabinet met gedoogsteun van de PVV beloofde volgens De Jagers Miljoenennota voor 2012 'financiële stabiliteit, een voortvarende consolidatie van de overheidsfinanciën, een sterke economie, en een kleine krachtige overheid'.
Belangrijke beleidsdoelstelling voor Financiën is de in de recessie van 2010 en door de financiering van banken sterk opgelopen overheidsschuldquote weer te verkleinen.
In 2011 was de overheidsschuld 65,2 procent van het bruto binnenlands product. In 2007 slechts 45,3 procent. 'Bij een structurele groei van 1,5 procent en een inflatie van 2 procent, blijft de schuldquote oplopen zolang het EMU-tekort groter is dan 2,2 procent bbp,' waarschuwde de minister. Het doel moest dus een overschot zijn.
Vandaar dat een omvangrijk ombuigingsprogramma werd ingezet, waarover de CDA, VVD en PVV het eens waren geworden in hun Regeer- en Gedoogakkoord. Maar de veronderstellingen bleken te optimistisch. In het najaar van 2011 begon de economie opnieuw te stagneren. De Jager is wel verweten dat hij niet toen al extra ingrepen aankondigde, maar met het hele kabinet afwachtte tot de uitgewerkte prognoses van het Centraal Planbureau beschikbaar kwamen in het voorjaar van 2012.
Het tekort over 2011 beliep 4,7 procent van het bbp. In september 2011 werd nog een tekort van 4,2 procent voorzien, dat in 2012 verder zou dalen tot onder de 3 procent.