door
Robbert de Witt
19 jul 2012
De macht van president Assad lijkt af te brokkelen
Dat een machtswisseling in Damascus dichterbij komt, is duidelijk. Maar hoe gaan de soennitische overwinnaars straks om met de minderheden in Syrië?
De stemming in het buitenland – Rusland, Iran en China uitgezonderd – is duidelijk: de Syrische president Bashar al-Assad en zijn moorddadige regime moeten weg.
En dat gaat nu ook niet lang meer duren, klinkt het hoopvol.
Na de vluchtende kopstukken de afgelopen weken, de aanslag in het hart van Damascus gisteren en de gevechten in de straten van de hoofdstad, lijkt dit gehoopte einde voor Assad nabij.
Twijfel
Duidelijk is dat Assad niet onkwetsbaar is.
Militair gezien maken de door het buitenland gefinancierde en bewapende rebellen nog altijd weinig kans tegen het veel grotere Syrische leger. Maar door de overlopers en liquidaties zal in de kliek rond de president de twijfel toenemen: hoe lang houdt Assad het nog vol?
Dat een machtswisseling onvermijdelijk is, zal duidelijk zijn. Maar dat betekent niet dat het nieuwe Syrië een beter land zal zijn.
Martelaren
Jihadisten uit Jordanië, Libanon en de golfstaten trekken nu al het land binnen om hun soennitische broeders te helpen.
Gewapende groepen gebruiken namen als ‘Gods Martelaren Brigade’ en ze beroepen zich steeds luider op Gods zegen in hun strijd tegen Assad.
Minderheden
Hoe gaan de overwinnaars straks om met de minderheden in Syrië? Christenen, druzen, alevieten, Koerden: onder Assad leefden ze in relatieve veiligheid, in ruil voor hun steun aan de Assad-clan.
De vraag is of de soennieten – die 70 procent van de circa 23 miljoen Syriërs vormen – andersdenkenden ook met rust zullen laten. Zoniet, dan is het bloedvergieten na Assad nog niet voorbij.