volgens Joris Luyendijk kun je alleen een mening hebben over het Midden-Oosten als je er recent bent geweest
Afgelopen zondagavond zond de VPRO een overzicht uit van 25 jaar Zomergasten. Ik ben ook zo’n gast geweest. Mijn gastheer was Joris Luyendijk, inmiddels een befaamd journalist.
De VPRO zond opnieuw de confrontatie tussen hem en mij uit over de vraag of je een mening over de Arabische wereld kon hebben zonder er recentelijk te zijn geweest. Ik vond van wel, Luyendijk niet.
Vergissen
De waarheid ligt, denk je aanvankelijk, in het midden. Je kunt een oordeel hebben over wat er gaande is in de Arabische wereld terwijl je midden op het Tahrirplein staat, maar ook als je thuis met je reet op de bank zit.
En je kunt je overal vergissen, zelfs als je met je neus bovenop de actualiteit staat. Mijn mening is: vooral als je er met je neus bovenop staat, zie je niet wat je moet zien.
Reactie
Hoeveel journalisten en correspondenten hebben staande op het Tahrirplein niet gezien wat ik huis wel kon zien? Dat de revolutie in Egypte een revolutie van de reactie was, en niet van moderne liberale krachten? Hoeveel scepsis hoorden we van de aanwezige journalisten? Bijna niets.
Maar ik hield vanaf het eerste begin mijn hart vast. Wie ook maar een beetje de feiten van Egypte kent – de armoede, het analfabetisme, de rol van de media, de economische kracht van het leger, de structuur van die samenleving, het ontbreken van een dragende liberale burgerij – weet dat de situatie in dat land van erg tot erger zou verworden.
Bidplekken
Als ik de mensen op het Tahrirplein zag, de woeste mannen met bidplekken op het voorhoofd, de bezeten blikken, het ontbreken van vrouwen, wilde ik niet van vreugde dansen, zoals die leuke vrouw op de tafel van Pauw & Witteman, maar lang en diep huilen van ellende.
De deskundologen zaten dag na dag te glunderen op de buis. Ik niet. Thuis keek ik droef naar de gekte die in Egypte explodeerde, en naar het zelfbedrog dat de deskundologen etaleerden. Ik zag demonstraties van mensen die om meer vrijheid riepen om alle vrijheid af te schaffen.
Bontst
Het bontst maakte het Nicholas Kristof, een van de stercommentatoren van The New York Times. In dit filmpje blaast hij de loftrompet over wat er in Bahrein gaande is.
Hij heeft het over vrouwenrechten terwijl hij geheel in zwarte lappen bedekte vrouwen toont – hij wil niet zien dat deze vrouwen conservatieve sjiieten zijn die een aansluiting bij het theocratische Iran zoeken.
Zijn commentaar is dan ook niets anders dan een vorm van wishful thinking. Hij wil een liberale revolutie waarnemen, en verdomd, die ziet hij ook. Maar het is een illusie.
Ellende
Walter Duranty was van 1922 tot 1936 de correspondent van the New York Times in Moskou. In 1932 kreeg hij de Pulitzer Prijs voor zijn reportages over de fantastische ontwikkelingen in de Sovjet-Unie. Terwijl miljoenen mensen van honger en ellende stierven, zag Duranty alleen wat hij wilde zien, en wat zijn lezers wilden horen. Nog steeds heeft de Times die Pulitzer niet teruggegeven.
Nuchtere ogen die zonder voorbehoud en zonder ideologische filters kunnen kijken, zijn en blijven noodzakelijk voor het vormen van meningen.
Reactionaire krachten
Maar de gebeurtenissen in de Arabische wereld, waar reactionaire krachten nu de overhand hebben gekregen door het ontbreken van moderne burgerlijke mores en burgerlijke instituties – zoals al vele eeuwen het geval is, zijn de belangrijkste vormen van sociale cohesie de islam en de stam – laten zien dat ook in onze tijd journalisten de speelbal kunnen zijn van hun eigen verwachtingen en de verwachtingen van hun sociaal-culturele omgeving.
Ze zien wat ze kunnen en/of willen zien, en dat is niet altijd de waarheid maar vaak een fata morgana.
Wie had er dus gelijk, Joris of ik? Mag ik een antwoord suggereren? Ik.