Het repertoire van Roemer is nogal beperkt
Hoe meer de verkiezingen naderen, hoe vaker deze holle kwalificatie zal klinken
'Neoliberaal'. Dat is wel de kwalijkste kwalificatie in het repertoire van SP-voorman Emile Roemer. Als premier zal hij een eind maken aan ‘het neoliberale afbraakbeleid van Mark Rutte’.
Neo, Grieks voor nieuw. Proef het op de tong. Néé-jô. De associatie met kil neonlicht. Die klemtoon op het harde ‘nee’.
Etiket
Niemand zegt van zichzelf dat hij neo-iets is. Weekblad Vrij Nederland interviewde in juni D66-leider Alexander Pechtold. ‘PvdA en SP vinden u een neoliberaal, een filiaalhouder van het grote bedrijfsleven.’ Pechtold reageerde: ‘Wat betekent dat, een neoliberaal? Het is een frame, een etiket dat je op je tegenstander plakt om hem buitenspel te zetten.’
Neoliberalisme was in de jaren dertig een stroming die dichter bij het socialisme stond dan het klassieke liberalisme. Maar daar heeft links nu lak aan. Neoliberaal staat gewoon voor alles wat abject is. ‘Neoliberaal’ is het beleid waarvan tweeverdieners profiteren ‘die in een bungalow met zwembad wonen en ook nog eens kinderbijslag ontvangen’ – om in SP-speak te blijven.
Associatie
De gewenste associatie is die met ‘neoconservatief’. Dat heeft in Europa een nare bijsmaak sinds de zo verguisde president Ronald Reagan (1981-1989). Zijn nationalistische ‘neoconservatieve’ agenda werd bepaald door economische belangen. Schande!
Later zijn politici rond George W. Bush (2001-2009) als ‘neocons’ weggezet vanwege hun assertieve buitenlands beleid. Nederlanders die ‘neoliberaal’ niet associëren met neoconservatief, denken wellicht aan neonazi’s. Ook goed. Hoe dichter bij 12 september, hoe vaker het holle ‘neoliberaal’ zal klinken.