door
Gerlof Leistra
27 sep 2012
Fred Teeven spreekt van een inbrekersrisico
In de kern heeft de staatssecretaris gelijk, burgers hebben het recht zichzelf te verdedigen. Maar in de zaak-Diessen, waarbij een inbreker om het leven kwam, spreekt hij voor zijn beurt
Dat staatssecretaris Fred Teeven (VVD) van Veiligheid en Justitie ferm partij kiest voor de slachtoffers van inbraken of overvallen, valt toe te juichen.
Iedereen heeft het recht zich te verdedigen tegen indringers en mag daarbij geweld gebruiken.
Maar het is voorbarig om de recente dood van een mogelijke inbreker in het Brabantse Diessen te omschrijven als een ‘inbrekersrisico’, terwijl het politieonderzoek nog niet eens is afgerond. Teeven had beter een ander voorbeeld kunnen gebruiken.
Signaal
Het signaal dat Teeven wil geven, is niettemin helder. Het is de omgekeerde wereld als burgers die zichzelf verdedigen tegen criminelen, worden vastgezet gedurende het onderzoek.
Dankzij de inzet van Teeven mogen ze na het verhoor door de recherche de uitslag thuis afwachten. Niet zij horen in de cel, maar de inbrekers en overvallers.
Regenpijp
Natuurlijk lopen inbrekers een risico als ze op pad zijn. Ze kunnen van een regenpijp vallen, een waakhond treffen of een bewoner die zich met hand en tand verzet. Terecht zijn er wel grenzen aan zelfverdediging.
Een paar ferme tikken, zoals premier Mark Rutte (VVD) eerder zei, vormen geen probleem. Maar het geweld dient proportioneel te zijn: je moet niet met een kanon op een mug schieten.
Noodweer
Een burger die een inbreker het ziekenhuis in slaat, kan zich bij de rechtbank beroepen op noodweer of – bij extreem geweld – noodweerexces. In de meeste gevallen volgt vrijspraak. Maar op onnodig zwaar geweld staat gevangenisstraf.
Dat weet Teeven als oud-officier van justitie drommels goed. Met zijn reactie op de gebeurtenissen in Diessen spreekt hij voor zijn beurt. Het onderzoek moet nog uitwijzen of hier een geslaagd beroep op noodweer kan worden gedaan.